Minder overheid, meer voor elkaar zorgen: sinds 2013 leven we niet langer in een verzorgingsstaat, maar in een participatiesamenleving. De helft van de Nederlanders draagt dan ook bij als vrijwilliger: bingo'end met bejaarden of kippen voerend op de kinderboerderij. Wat drijft deze mensen? Je leest het in de rubriek De Vrijwilliger.

Henk Asbreuk (73) is vrijwillig kok bij Eettafel Filah van Kerk en Buurt, Amsterdam

Het is 17.30 uur. Vanuit het oude winkelpand aan de Van der Hoopstraat 43 klinkt gepraat en het tikken van messen tegen snijplanken. Achter in de smalle, beetje donkere ruimte staat Asbreuk. Hij draagt een wit schort, roert in een enorme pan en lacht. "Om 18.00 uur moet het eten op tafel staan, anders gaat men mopperen!"

Met 'men' doelt Asbreuk op de veertig mensen voor wie hij regelmatig een tweegangendiner kookt bij Eettafel Filah. Wat dat mag kosten? Slechts 2,50 euro. De mensen die komen eten hebben niet veel geld, sommigen zijn dakloos, geestelijk gehandicapt of op een andere manier hulpbehoevend.

“Sommige gasten moet je geen mes geven, dat is weleens fout gegaan.”
Henk Asbreuk, vrijwillig kok bij Eettafel Filah

Aan de tien kleine tafels zitten al wat mensen. Een van hen, een man van middelbare leeftijd, mengt zich in het gesprek: "Ik heb een veel te duur huisdier, dus ik kan niet meer dan 2,50 euro voor mijn eten betalen." Hij steekt zijn hand in zijn zak en haalt een glanzend visitekaartje tevoorschijn, waarop een foto van hem en een pony is afgedrukt.

Dunne erwtensoep en rauwe aardappelen

Vaak helpen deze vroege bezoekers mee met de voorbereidingen, vertelt Asbreuk. "Er is een eenzame Marokkaanse vrouw, die er bijna altijd is. Ze komt een paar uur van tevoren en zegt haast niets. Maar ze is een ontzettend fanatieke aardappelschiller. Maar sommigen moet je ook geen mes geven. Dat is in het verleden weleens misgegaan, toen iemand plotseling uitviel tegen een andere bezoeker. Gelukkig corrigeren de bezoekers elkaar meestal wel."

“Ik leg zelf weleens wat geld bij. Ze moeten wel genoeg groente binnenkrijgen.”
Henk Asbreuk, vrijwillig kok bij Eettafel Filah

Voor Asbreuk met pensioen ging, werkte hij als docent journalistiek. Hoe heeft hij dan opeens leren koken voor veertig mensen? "Het duurde even voordat het goed ging!", lacht hij. "De eerste keer moesten de mensen wel een half uur wachten. Het water voor de aardappelen, dat natuurlijk in een gigantische pan zat, was om 18.00 uur nog niet eens aan de kook. De tweede keer maakte ik een erwtensoep die veel te dun was."

Extra maaltijden om mee naar huis te nemen

Inmiddels lijkt Asbreuk de kneepjes van het vak helemaal in de vingers te hebben. Vaak kookt hij zelfs nog tien maaltijden extra, zodat de bezoekers bakjes mee kunnen nemen voor de familie thuis. Het enige lastige, zegt hij, is het feit dat er maar 65 euro budget is voor alle vijftig maaltijden. "Maar ik leg zelf weleens wat bij", geeft hij toe. "Ze moeten wel genoeg groente binnenkrijgen."

Aan het begin van elke maaltijd draagt de kok een nieuw, zelfgeschreven gedicht voor aan alle eters. "Dat is een beetje mijn traditie geworden", zegt Asbreuk. "En de bezoekers vinden het enorm leuk. Als ik moet koken is het altijd volle bak." Waar die gedichten over gaan? Over het seizoen bijvoorbeeld, over een actualiteit zoals het boerenprotest, of over de mensen zelf.

"Ik kan me nog een keer herinneren dat de Canadese zanger Leonard Cohen net was overleden. Ik sprak daarover. Uit het niets begon toen een van de mannen, een markant figuur met felrood haar, gedichten van Shakespeare te declameren. Geweldig toch!"

Henk Asbreuk in de keuken van Eettafel Filah. (Foto: Simon Lenskens)

'Paradijsvogels' met behoefte aan een stabiele basis

Zulk soort types lopen er bij de eettafel veel rond. Paradijsvogels, noemt Asbreuk ze. Maar er zijn ook mensen die er ooit wel "bij hoorden", zoals een oud-voorzitter van de gemeente, die na de gevolgen van een beroerte aan lager wal is geraakt. "Samen vormen ze een schilderachtig geheel, dat je niet op veel andere plekken tegenkomt. Ik heb mijn dochter weleens meegenomen naar een maaltijd en zij was nog wekenlang enorm onder de indruk."

Dat je sterk in je koksschoenen moet staan om bij Eettafel Filah te werken, is volgens Asbreuk iets dat vast staat. "Hoe leuk ik het ook heb met de mensen, ik mag me niet als een van hen gaan opstellen. Er moet afstand blijven tussen de kok en de eters. Deze kwetsbare mensen hebben baat bij die autoriteit."

De eettafel is voor velen van de bezoekers namelijk een stabiele basis, waar ze in contact kunnen komen met anderen en er voor hen gezorgd wordt. Asbreuk: "Als we iemand een tijd niet gezien hebben, gaan we poolshoogte nemen."