Starters op de arbeidsmarkt hebben in de regio's aan de noordelijke, oostelijke en zuidelijke randen van Nederland minder kans op het vinden en behouden van werk in vergelijking met de rest van het land. Datzelfde geldt voor voormalige werklozen uit dezelfde regio's, meldt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) woensdag.

In de Randstad en de zogenoemde intermediaire zone, zoals het PBL delen van Flevoland, Gelderland en Noord-Brabant noemt, is de kans op het vinden en behouden van een baan 4 procent groter dan aan de genoemde randen van Nederland.

In het noorden, oosten, Zeeland en Limburg beperken regionale omstandigheden de kansen van starters en voormalige werklozen op de arbeidsmarkt. Zo zijn hier minder bereikbare banen en heerst er meer werkloosheid.

Ook wonen er relatief veel kwetsbare groepen die onafhankelijk van hun woonplaats überhaupt minder gemakkelijk aan een baan komen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om ouderen en lageropgeleiden.

Voor voormalige werklozen is het verschil in kansen tussen de Randstad en de genoemde gebieden groter dan voor starters.

Het PBL benadrukt verder dat persoonskenmerken zoals een lager opleidingsniveau of het hebben van een niet-westerse migratieachtergrond een grotere invloed hebben op verschillen in werkzekerheid dan de woonplaats. Toch kan de regio, vooral in samenhang met andere factoren, de kansen wel zwaar drukken.