De grootste vakbond van Nederland, FNV, is onder de symbolische grens van één miljoen leden gezakt. Vooral jonge mensen van onder de 35 jaar blijken maar lastig bij de vakbond te betrekken. Dat roept de vraag op: hoe relevant is de vakbond nog?

Met minder dan een miljoen leden bij de vakbond is vooral een psychologische grens overschreden. Altijd kon de organisatie tijdens onderhandelingen schermen met haar "meer dan een miljoen leden". Dat is verleden tijd.

"Ledental nipt beneden miljoen", schrijft FNV zelf op zijn website. De vakbond merkt dat mensen zich steeds minder makkelijk aansluiten. Ook zou de organisatie haar ledenbestand hebben opgeschoond, waardoor het ledenaantal is gedaald.

Maar de grootste vraag is natuurlijk: is de vakbond niet gewoon een souvenir uit een ver industrieel verleden dat de leefwereld van freelancers, flexwerkers en jobhoppers niet langer kan bijhouden?

Omzeilen van de vakbond is minder angstaanjagend

Eerst even de cijfers. Volgens de Flexbarometer, die cijfers van het CBS gebruikt, heeft bijna 40 procent van de arbeidspopulatie inmiddels geen vast contract meer; het zijn zzp'ers, uitzendkrachten en mensen met een tijdelijke aanstelling.

Dankzij die flexibele arbeid kunnen werkgevers steeds makkelijker de macht van vakbonden omzeilen. Het belangrijkste instrument, de staking, is met minder leden ook een stuk minder angstaanjagend: voor hen tien anderen.

In totaal zijn in Nederland nu zo'n 1,7 miljoen mensen aangesloten bij een vakbond. Tussen 2012 en 2016 was dat volgens het CBS ongeveer een op de vijf werknemers. Een flinke daling ten opzichte van de jaren tachtig, toen een op de drie lid was van een vakfederatie.

Vakbondsleden krijgen ook steeds meer grijze haren: de grootste groep leden is op dit moment tussen de 55 en 65 jaar. Jonge werknemers van tussen de 15 en 25 jaar zijn met 5 procent het minst vaak lid van een bond. Het risico is dat de FNV aan de onderhandelingstafel daarom steeds minder serieus wordt genomen.

Cao nog altijd populair

Voor FNV is het allemaal geen reden om de noodklok te luiden. "De FNV heeft drie keer zo veel leden als alle politieke partijen bij elkaar. De bond schrijft iedere maand tussen de 2.500 en 5.000 leden in, voornamelijk jongeren. En met 80.000 leden beneden de 35 is het de grootste jongerenorganisatie van Nederland", schrijft FNV in een verklaring.

Dat klinkt allemaal zo slecht nog niet, tot de uitschrijfcijfers ertegenover gezet worden. Tot en met augustus dit jaar daalde het ledental met 39.000, aldus Het Financieele Dagblad, dat interne stukken heeft ingezien. En er zitten nog eens bijna 30.000 opzeggingen in de pijplijn.

Toch is er ook goed nieuws. Dankzij de aantrekkende economie en de krapte op de arbeidsmarkt kunnen werknemers weer eisen gaan stellen. In de Volkskrant brengt hoogleraar arbeidsverhoudingen Paul de Beer nuance aan in het idee dat de macht van de vakbond tanende is: cao's zijn nog altijd populair. "Het is het enige toegestane prijskartel", volgens De Beer. En om onder een cao te vallen, hoeft een werknemer helemaal niet lid te zijn van een vakbond.

Opkomen voor maaltijdbezorgers en orderpickers

Om zichzelf steviger op de kaart te zetten, gaat FNV inmiddels de strijd tegen 'flex' aan en heeft de bond jongeren hoog op de agenda staan. FNV gaat met gestrekt been de strijd aan voor de maaltijdbezorgers van Deliveroo en de orderpickers bij de online supermarkt Picnic en bol.com. Of het genoeg is om de jongeren aan boord te krijgen, zal de komende jaren moeten blijken.

Om ze net dat extra zetje te geven, heeft hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen nog wel een tip. In Het Financieele Dagblad pleit hij voor een radicale verandering in hoe de vakbond werkt. Maar stap één is: "Maak het lidmaatschap gratis."