Minderheden worden in grote mate op de arbeidsmarkt gediscrimineerd, en het maakt niet uit of ze meer of minder informatie delen in hun cv. Dat blijkt uit een uitgebreid veldexperiment van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Universiteit Utrecht (UU).

Ook bleek dat de kans op een baan niet vergroot wordt als sollicitanten een foto, diplomacijfers of vaardigheden zoals productiviteit delen of benadrukken. "Hieruit kun je afleiden dat sollicitanten zelf maar weinig kunnen doen om hun baankansen te vergroten en dat de oplossing toch echt aan de kant van de werkgevers en de overheid ligt", stelt onderzoeker Bram Lancee.

Voor het experiment stuurden de onderzoekers ruim vierduizend brieven en cv's van fictieve sollicitanten als reactie op echte vacatures. Alle verzonnen werkzoekenden kregen de Nederlandse nationaliteit en een afgeronde Nederlandse opleiding, waren in de leeftijd van 23 tot 25 jaar en hadden zo'n vier jaar werkervaring.

De inzendingen waren identiek qua opmaak en cv - alleen naam, moedertaal, competenties en verwijzing naar het land van oorsprong verschilden. Er werd gekozen voor fictieve sollicitanten uit 35 verschillende etnische minderheidsgroepen.

Sollicitanten met niet-westerse achtergrond meest gediscrimineerd

Sollicitanten met een migratieachtergrond hadden 30 procent minder kans op een positieve reactie van werkgevers dan identiek gekwalificeerde sollicitanten met een Nederlandse achtergrond.

De arbeidsmarktdiscriminatie treft sommige groepen echter harder: mensen met een westerse migratieachtergrond hadden 20 procent meer kans om uitgenodigd te worden dan personen met een niet-westerse migratieachtergrond. Als autochtone Nederlanders naast niet-westerse sollicitanten werden gelegd, was dit verschil zelfs 40 procent.

"Specifieker was te zien dat minderheden met een Turkse, Marokkaanse of Antilliaanse achtergrond in sterke mate worden gediscrimineerd door werkgevers, terwijl werkgevers minder negatief lijken te staan tegenover minderheden van Surinaamse herkomst", stelt onderzoeker Lex Thijssen van de Universiteit van Utrecht.

Twee relatief nieuwe immigrantengroepen, Bulgaren en Polen, werden ook onderzocht. Hieruit bleek dat Bulgaren in dezelfde mate als Surinaamse minderheden werden gediscrimineerd, terwijl voor Poolse minderheden geen duidelijk bewijs van discriminatie werd gevonden.

'Beleidsmakers moeten zich richten op werkgevers'

Binnen de wetenschap en onder beleidsmakers wordt vaak aangenomen dat een gebrek aan relevante informatie voor werkgevers reden kan zijn om mensen uit etnische minderheidsgroepen vaker af te wijzen. Die aanname is met dit nieuwe onderzoek onderuit gehaald, stellen de onderzoekers.

"Hoog tijd dus dat beleidsmakers zich gaan richten op de handelwijzen van werkgevers in plaats van op maatregelen gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de sollicitaties van etnische minderheden", aldus Lancee.