Herstellen van een burn-out en na een paar weken verplicht herintegreren: kan dat eigenlijk wel? Deze burn-outpatiënten vinden van niet.

Hoe een burn-out voelt? "Alsof je in een achtbaan hebt gezeten, rondgeslingerd bent en er dan weer uitstapt. Je bent gespannen, staat te trillen op je benen, al je zenuwen staan op scherp, je stresssysteem ligt overhoop en je moet nodig uitrusten."

Dat zegt Sasja (30, achternaam bekend bij redactie) die tijdens haar burn-out maandenlang probeerde het herintegratietraject tot een succes te maken.

Sasja kreeg een hersenschudding én een burn-out, ongeveer tegelijkertijd. "Ik had rust nodig, maar door mijn hersenschudding kon ik dat niet, ik moest alert blijven. Na een maand zei de arboarts dat ik weer moest gaan opbouwen, terwijl ik daar nog niet aan toe was."

'Mijn functie was wegbezuinigd tijdens mijn burn-out'

Haar functie was inmiddels wegbezuinigd, vertelt Sasja. "Ik was secretaresse en moest nu het klantencontact doen, dus veel bellen. Dat was juist niet goed voor mijn hoofd en het herstel. Een flauw trucje om me weg te werken. Ik was een jonge meid, zeiden de manager en HR, en routine en het ritme van een baan zouden me wel helpen."

Er werd niet geluisterd, zegt Sasja. En er speelde veel in die tijd: een relatie die niet goed liep, de mantelzorg voor haar vader en een hersenschudding.

“Tijdens mijn burn-out werd mijn functie wegbezuinigd.”
Sasja (30)

"Na een jaar krabbelde ik op, mijn vader verhuisde naar een instelling en ik kreeg een nieuwe relatie. Morgen is mijn laatste dag, ik begin binnenkort aan een nieuwe baan. Mijn collega's reageerden nét een tikkeltje te enthousiast toen ik zei dat ik wegging."

Burn-out in mei erkend als beroepsziekte

De burn-out begint een serieuze plek in te nemen onder beroepsziekten. In 2017 werden 1.962 meldingen van overspannenheid en burn-out geregistreerd bij de Nationale Registratie van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB), en dat is ruim 42 procent van het totaal aantal meldingen.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) erkende in mei dit jaar de burn-out officieel als een zelfstandige beroepsziekte.

Maar naast die erkenning en het grote aantal mensen dat kampt met burn-outklachten zijn werkgevers zich óók steeds meer bewust van de kosten van een uitvallende werknemer, zegt Paul van de Boom van het FNV.

Actie na twee maanden

Werknemers met een vast contract die met ziekte, dus ook een burn-out, kampen moeten twee jaar lang doorbetaald worden, en dat is kostbaar. Dus is het zaak hen zo snel mogelijk aan het werk te krijgen; uiterlijk in de achtste week van de ziekte moet er actie ondernomen worden.

Werkgevers laten de bedrijfsarts een analyse maken, een plan opstellen en zo begint de herintegratie op de werkvloer. Na een jaar wordt bekeken hoe dat verloopt. Lukt het niet, dan gaat het tweede spoortraject in gang, waarbij een werknemer ergens anders wordt geplaatst.

Het herintegratieproces kan worden overgenomen door herintegratiebureaus, want zij kennen de personeelsmarkt beter en vergroten de kans dat het re-integratietraject vlot verloopt, schrijft de Rijksoverheid.

Zij hebben een commerciële inslag, zegt Van de Boom, en regelmatig gaat dit mis. "Een patiënt wordt te snel gepusht om weer aan het werk te gaan. De bedrijfsarts heeft wel een eed afgelegd, en je zou er dus van uit kunnen gaan dat hij of zij onafhankelijk is. Anderzijds wordt de arts ook door de werkgever betaald, en het is lastig in te schatten hoe onafhankelijk een arts te werk gaat."

“Het is lastig in te schatten hoe onafhankelijk een bedrijfsarts is.”
Paul van de Boom, FNV

Het Nederlands Huisartsen Genootschap adviseert huisartsen zo'n drie maanden na de diagnose burn-out te beginnen met het toepassen van eenvoudige oplossingen. In de eerste weken heeft een patiënt vooral behoefte aan ontspanning, het aanbrengen van structuur in een dag en werken aan acceptatie.

'Je voelt je het tienvoudige van moe'

Te snel weer van alles moeten werkt averechts, zegt Sarah (56, achternaam bekend bij de redactie). Zij heeft een zware burn-out achter de rug en is er nog steeds niet bovenop, vertelt ze.

"Je voelt je het tienvoudige van moe. Ik sliep maanden niet en ontwikkelde een conversiestoornis. Tijdens de gesprekken met bedrijfsartsen, van wie ik er vijf versleet, voelde ik me een crimineel die ondervraagd moest worden. Ik moest pogingen doen om weer aan het werk te gaan, maar dat hield ik steeds een maand vol."

Na een jaar begon voor Sarah het tweedespoortraject, waarin ze ergens anders moest worden geplaatst. "Belachelijk. Als ik bij mijn eigen collega's op de plek waar ik 35 jaar heb gewerkt heb niet kan werken, dan al helemaal niet op een vreemde plek. Sinds een paar weken is mijn aanvraag om afgekeurd te worden de deur uit. Ik wilde nooit arbeidsongeschikt verklaard worden, maar dit geeft enorme rust."