Het aandeel 'grote' anderhalfverdieners groeit. Bij paren van wie de een fulltime werkt en de ander parttime, is de grotere deeltijdbaan in opmars, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag. Moeders met jonge kinderen zijn bovendien flink meer uren gaan draaien dan in 2003.

Vorig jaar waren er bijna 3,3 miljoen paren in Nederland van wie een of beiden werkten. Anderhalfverdieners maken hiervan het grootste deel uit. In 36 procent van de gevallen werkt de parttimer van deze stellen 20 tot 35 uur per week. Vijftien jaar geleden was dit nog 27 procent.

Paren met jonge kinderen werken samen inmiddels gemiddeld ruim zestig uur per week. In 2003 was dit zes uur minder.

Grote anderhalfverdieners zijn relatief het meest te vinden onder de stellen van wie het jongste kind nog geen twaalf jaar is. Stellen zonder jonge kinderen zijn relatief vaak een- of tweeverdieners met een voltijdbaan.

De gemiddelde arbeidsduur per week van moeders met jonge kinderen is ten opzichte van 2003 toegenomen met ruim 6,5 uur. Dit hangt samen met het onderwijsniveau; er zijn meer hoogopgeleide moeders en die hebben grotere banen dan laagopgeleide moeders.

Kleine deeltijdbanen van minder dan twintig uur per week komen bij de anderhalfverdieners steeds minder voor en het aandeel eenverdieners is gedaald van 34 procent in 2003 naar 27 procent in 2018.