Over geld praat je niet. Ons salarisstrookje is een taboeonderwerp. Terwijl we maar al te graag zouden weten waar zij het maandelijks van moeten doen. Daarom vraagt NU.nl het voor je. Met deze week: de hoogleraar en de beheerder van een buurthuis.

Even voorstellen:

Henriëtte Prast ('zestiger') is sinds 2005 hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg. Dat doet ze twee dagen per week. Daarnaast heeft ze vier nevenfuncties. Zo zit Prast onder meer in de adviesraad van een bank en is ze actief als voorzitter in het bestuur van een stichting die accountantsonderzoek bevordert. Ook geeft ze lezingen en schrijft ze columns. Tot voor kort zat Prast voor D66 als senator in de Eerste Kamer.

Fridus van den Berg (64) werkt sinds 1996 als beheerder van het wijkcentrum in Heechterp-Schieringen in Leeuwarden - naar eigen zeggen "een hele moeilijke wijk, waar de centen niet al te ruim groeien". Dat doet hij 36 uur per week. Daarnaast is hij vrijwilliger bij een fruitpluktuin.

Fridus van den Berg (Foto: Ton Groot Haar)

Wat verdienen jullie?

FvdB: "Mijn vrouw heeft mijn loonstrookje gevonden! Mijn brutojaarsalaris is 30.372 euro, elke maand krijg ik 1.800 euro op mijn rekening gestort. Mijn salaris is al twintig jaar zo ongeveer hetzelfde. Ik kán ook niet meer verdienen, want het wijkcentrum krijgt niet meer subsidie."

HP: "Voor mijn leerstoel krijg ik maandelijks 2.500 euro netto. Met al mijn activiteiten bij elkaar verdiende ik de afgelopen jaren tussen de 120.000 en 130.000 euro bruto."

"Mijn inkomen is hoog, maar mijn onzekerheid ook. Het kan volgend jaar allemaal afgelopen zijn met de bijverdiensten. Dat vind ik soms wel lastig. Met het opgeven van mijn senatorschap (toen de D66-fractie in februari tegen een verbod op plezierjacht stemde, red.) is dat inkomen bijvoorbeeld weggevallen. Nu kom ik niet boven de 80.000 euro bruto uit."

“Mijn salaris is al twintig jaar zo ongeveer hetzelfde.”
Fridus van den Berg, buurthuisbeheerder

Henriëtte, jij was een tijd hoogleraar persoonlijke financiële planning. Kun je goed met geld omgaan?

HP: "Ik vind van wel, maar ik denk dat mijn omgeving de indruk heeft dat ik maar wat doe. Ik denk niet veel na over geld, ik zit in de riante positie dat dat niet hoeft. Dat voelt vrij. Mijn financiële leidraad is om nooit risico te nemen met geld dat ik nodig heb."

"Vanuit mijn vakgebied weet ik dat geldzorgen een grote cognitieve last vormen. Ik ben wel benieuwd, Fridus, hoeveel zekerheid heb jij als je straks met pensioen gaat?"

“Ik stop niet met werken, omdat mijn pensioen veel lager is dan mijn inkomen nu.”
Henriëtte Prast, hoogleraar

FvdB: "Ik heb in al mijn jaren als beheerder pensioen opgebouwd. Zodra ik stop met werken, krijg ik 70 procent van het salaris dat ik nu verdien. Dat alleen zou niet genoeg zijn voor mij en mijn vrouw. Gelukkig heeft zij óók pensioen opgebouwd. Hoe is dat voor jou?"

HP: "Ik stop niet met werken, omdat mijn pensioen veel lager is dan mijn inkomen nu. Met mijn nevenfuncties bouw ik namelijk niks op. Voor mijn hoogleraarschap krijg ik straks ongeveer een vijfde van wat ik daar nu verdien. Ik kan bijvoorbeeld geen huis kopen, omdat de bank voor een hypotheek naar mijn pensioen kijkt. En dat is dus laag."

Hoe belangrijk is het geld dat jullie verdienen?

FvdB: "Mijn vrouw en ik zijn niet materialistisch. We hebben jarenlang van een uitkering geleefd en vinden het nog steeds lastig om geld uit te geven. Een zegening, wat mij betreft. Als ik meer had willen verdienen, had ik beter voor een andere baan kunnen gaan. Maar ik voel me betrokken bij deze wijk, ik woon er al 35 jaar."

“Waar ik steeds meer over nadenk: wat beteken ik nog als ik straks niet meer werk?”
Fridus van den Berg, buurthuisbeheerder

HP: "Ik heb nooit van tevoren bedacht hoeveel geld ik zou verdienen met welk werk. Ik heb zelfs meerdere malen een goede baan opgezegd zonder dat ik iets anders had, omdat het voelde als een gouden kooi. Nu kan ik mijn creativiteit, eigenwijsheid en onafhankelijke denken op verschillende plekken kwijt en dát vind ik belangrijk. Ik ben best trots op de dingen die ik heb gedaan."

"Eigenlijk ben ik altijd met mijn werk bezig. Bedenken hoe dingen beter kunnen. Neem jij je werk mee naar huis?"

FvdB: "Zodra ik thuis ben, gaat de knop om. Ik kan me erg goed van mijn werk afsluiten. Maar ik woon natuurlijk wel midden in deze wijk. Waar ik steeds meer over nadenk: wat kan ik nog voor de buurt betekenen als ik niet meer werk?"