Bijna de helft van de scholieren in het voortgezet onderwijs had in 2018 een bijbaan. Dat aandeel was vijf jaar eerder nog 42 procent, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag.

In totaal hadden ruim 236.000 scholieren van vijftien tot twintig jaar betaald werk. Havoleerlingen klussen met 54 procent het vaakst bij, gevolgd door vwo'ers (49 procent) en vmbo'ers (47 procent). Relatief meer meisjes dan jongens hebben een bijbaan.

Scholieren verdienen per jaar in doorsnee ongeveer 1.600 euro. Jongens verdienen iets meer dan meisjes. Havisten verdienen het meest, namelijk ongeveer 1.800 euro.

Een baantje als vakkenvuller komt het meest voor, zowel onder jongens als onder meisjes. Kassamedewerker en verkoper zijn daarna het populairst bij meisjes. Voor jongens geldt dat zij eerder als krantenbezorger of keukenhulp aan de slag gaan.

83 procent van de scholieren met een bijbaan is hier minder dan twaalf uur per week aan kwijt. Zes op de tien werken weleens 's avonds. Bijna acht op de tien scholieren met een bijbaan werken op zaterdag. Ruim vijf op de tien zijn op zondag aan het werk.