Kinderopvang werd dit jaar duurder en de kinderopvangtoeslagen voor werkende ouders hoger. Maar hoe de kosten van opvang zich ook ontwikkelen: ouders kunnen hun kind er niet kwijt en de wachttijden voor een plekje in de opvang lopen op tot wel twee jaar.

We hebben in Nederland een moederschapscultuur, vindt Marjet Winsemius van Stichting Werkende Ouders. Bovendien nemen ouders elkaar graag de maat.

"We willen elkaar steeds laten geloven dat het zielig is als je kind veel naar de opvang gaat. En als een vrouw op haar werk aankondigt dat ze zwanger is, is de opmerking na 'gefeliciteerd' de vraag hoe zíj het gaat aanpakken met werk."

“We vertellen elkaar graag dat de opvang zielig is voor kinderen.”
Marjet Winsemius

Vrouwen werken al vanaf het begin van hun loopbaan vaker in deeltijd dan jonge mannen: 63 procent van de vrouwen van 18 tot 25 jaar heeft een deeltijdbaan, tegen 30 procent van de mannen, rekende het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in 2018 uit.

Vergeleken met andere Europese landen kent Nederland wat het aantal gewerkte uren betreft de grootste verschillen tussen jonge vrouwen en mannen.

Enorme wachtlijsten voor kinderdagcentra

Naast de hypothese over onze moederschapscultuur, hebben ouders weinig keus. In grote delen van de Randstad staan kinderen op maandag, dinsdag en donderdag gemiddeld tot twee jaar op de wachtlijst om toegelaten te worden tot een kinderdagverblijf.

“We zijn een land van parttimers en dat wordt zo in stand gehouden.”
Gjalt Jellesma

Landelijk zijn er grote verschillen maar op maandag, dinsdag en donderdag zijn in de Randstad en in de grote steden de problemen het grootst, zegt Gjalt Jellesma van ouderbelangenorganisatie BOinK. Hoe dat komt?

"Door de zware bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag tijdens de crisis werden locaties gesloten, kinderen thuis gehouden en werd jongeren aangeraden vooral níet de opleiding pedagogisch medewerker te volgen, omdat daar op dat moment geen droog brood mee viel te verdienen."

Het resultaat is dat kinderopvanglocaties nu kampen met enorme wachtlijsten door gebrek aan personeel, zegt Jellesma.

De nieuwe babynorm: drie per medewerker

Bovendien worden de kwaliteitsnormen steeds scherper. De babynorm is de nieuwste aanscherping: een pedagogisch medewerker mag sinds januari nog maar voor drie baby’s tot twaalf maanden zorgen, in plaats van vier.

Zo wordt het werkende ouders nog lastiger gemaakt dan de combinatie werken en zorgen al is, meent Jellesma. "We zijn een land van parttimers. Als je als overheid wil dat vooral vrouwen meer gaan werken, moet je zorgen dat kinderopvang toegankelijker is."

De wachtlijsten leiden tot frustratie, geschipper en een hoop extra zorgen. Jellesma: "Ouders schakelen opa's, oma's en vrienden een dagje in of proberen binnen schooltijden te werken waardoor ze geen buitenschoolse opvang nodig hebben.

"Steeds meer fulltime werkende jonge vaders werken vier lange in plaats van vijf dagen zodat ze zelf een dag voor hun jonge kinderen kunnen zorgen. "

“Kinderopvang is zo'n 8 procent duurder geworden en ouders gaan dan rekenen.”
René Loman

Kinderopvang is het drukst op maandag, dinsdag en donderdag. Dus proberen ouders hun werkweek om die dagen te plannen, terwijl werkgevers juist graag willen dat je er op die dagen wél bent.

Ook René Loman van Brancheorganisatie Kinderopvang ziet werkende ouders worstelen. "De kinderopvang is dit jaar zo'n 8 procent duurder geworden en ouders gaan dan natuurlijk rekenen", vertelt Loman.

"Ze gaan onderling oppas regelen, bedenken ad-hocoplossingen zoals een buurvrouw inschakelen, gaan op de minder populaire dagen werken of een stuk verder rijden naar een opvang die wel beschikbaar en betaalbaar is."

Er is te weinig personeel, maar er zijn ook steeds meer klanten. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid liet vorig jaar weten dat er in het eerste kwartaal van vorig jaar 62.000 méér kinderen naar kinderdagcentra, de bso of een gastouder gingen dan in dezelfde periode vorig jaar.

Daarmee komt het aantal kinderen dat gebruikmaakt van opvang op 796.000 uit, terwijl het aantal kinderopvanglocaties stabiel bleef, aldus het ministerie.

'Kinderopvang is een ontwikkelingsinstrument'

Maak kinderopvang gratis, of op zijn minst goedkoper zoals om ons heen in Europa, zegt Jellesma. "In Denemarken werkt 70 procent van de vrouwen fulltime, omdat de kinderopvang en goedkoper en beter geregeld is."

Het idee dat investeren in goede en toegankelijke kinderopvang een hele rendabele investering in onze arbeidsmarkt is, wil volgens Jellesma maar nauwelijks landen in Nederland. "Kinderopvang is - net als een school - een ontwikkelingsinstrument en het overlaten aan marktwerking werkt niet."

"Ouders gaan niet shoppen en de concurrentie uitproberen als het gaat om kinderopvang. Een vertrouwensband creëren duurt lang. Zomaar veranderen van kinderopvanglocatie doen ouders niet zo snel. Je belandt dan weer onderaan de wachtlijst."

'Ik kwam gelijk in een sociaal vangnet terecht'

Kim (40) loste de opvang voor haar dochter anders op en bracht haar naar De Villa in Utrecht, een OPC oftewel een ouderparticipatiecrèche. "Het prijsverschil is enorm. Dankzij de kinderopvangtoeslag waren er ouders die maar 30 euro kwijt waren."

Hoe het werkt? Ouders brengen hun kind naar de opvang en staan zelf een dag of dagdeel per week voor de groep. Gaat je kind elke dag één ochtend naar de opvang, dan werk je zelf ook een ochtend. Wil je je kind alle dagen van de week brengen, sta je zelf ook een volle dag voor de groep.

"Voor mij was het perfect. Ik kende nog niemand in de stad en kwam direct in een sociaal vangnet terecht. We betalen 128 euro per maand voor vijf ochtenden. Anders zou de opvang zó duur zijn dat ik werk om dat te kunnen betalen."