Nederlanders staan bekend om hun goede beheersing van de Engelse taal, maar op de werkvloer gaat het nog geregeld fout. NU.nl sprak coach Buffi Duberman over de meest voorkomende blunders én de oplossing.

Terwijl de Fransman voor jou in de rij bij de supermarkt zich door het Engels heen worstelt, maak jij op je gemak in diezelfde taal een praatje met de caissière. Op straat help je een aantal verdwaalde toeristen uit de brand.

Nederlanders zijn volgens de Proficiency Index de beste non-native beheersers van de Engelse taal en dat blijkt uit het gemak waarmee we de taal gebruiken.

Dat betekent niet dat het op de werkvloer ook goed gaat. Volgens Duberman is vooral onze passieve kennis van de taal heel goed. "Je begrijpt heel veel, maar bij het spreken gaan Nederlanders nog geregeld de mist in. Zeker in zakelijk opzicht kan dat een groot verschil maken."

Ze licht zes valkuilen waar Nederlanders maar wat vaak intrappen uit.

1. De aanhef en afsluiting van een mail

In het Nederlands is het normaal om je mail te beginnen met 'Beste', als je niet weet aan wie je de e-mail precies richt. Maar pas deze schrijfwijze niet een-op-een toe in een Engelse mail, want wie zijn mail begint met alleen het woordje 'Dear', noemt de ontvanger schatje. "Heel leuk als onverwachte valentijnsmail, maar niet echt professioneel."

“Dear is heel leuk als onverwachte valentijnsmail, maar niet echt professioneel.”
Buffi Duberman

Dan de afsluiter. "Ik krijg dagelijks mailtjes met 'greetings'". Het is de vertaalde versie van groetjes, maar mensen realiseren zich niet dat dit woord in het Engels enkel rond Kerst wordt gebruikt. Of door aliens als ze voor het eerst op aarde komen."

Duberman tipt 'Kind regards' voor formele mails, een simpel 'Best' doet het zowel formeel als informeel goed.

2. Het verschil tussen when en if in een onderhandeling

Wie voor zijn werk moet onderhandelen met een Engelstalige partij moet goed opletten dat hij niet voordat de onderhandelingen zijn begonnen al toezegt.

Bij een slag om de arm zegt men in het Nederland 'Als we het eens worden', maar wie dat vertaalt met 'When we agree', geeft de tegenpartij direct de deal cadeau. "Gebruik daarom altijd 'if'", tipt Duberman. "Pas als de deal rond is, gebruik je 'when'."

3. Het spellen van je eigen naam

Niets zo knullig als niet mondeling in staat zijn je eigen naam te kunnen spellen. "En dat gaat nogal eens fout. Ooit had ik een klant die Gerard heette en zijn naam spelde als J-I-R-E-R-D."

Duberman biedt een aantal ezelsbruggetjes voor letters die vaak verward worden. "De a als L.A., de i als FBI en de e als e-mail." Ook voor de medeklinkers zijn genoeg donkey bridges (in correct Engels is dat mnemonic device): "Y als in YMCA, g als in G-Star, j als in dj, k als in OK en h als in H&M."

4. Vragen hoe het gaat

"Er is een aanzienlijk verschil tussen 'how are you' en 'how do you do'", legt Duberman uit. Die laatste versie gebruik je enkel als je iemand voor het eerst ontmoet. "Wie het daarna nogmaals gebruikt, wekt de indruk dat hij de persoon tegenover hem vergeten is." Hou het dus bij een simpel 'how are you'.

“Hou je innerlijke Dr. Phil in bedwang.”
Buffi Duberman

Dan het antwoord. "Stort niet je hele hart uit, het is een wijze van begroeting. Zeg dat het goed gaat en vraag hoe het met de ander gaat."

Heb je een Brit tegenover je? Grote kans dat iemand antwoordt met 'not too bad'. "Hou je innerlijke Dr. Phil in bedwang, het is gewoon een uitdrukking in het Brits-Engels om te zeggen dat het goed gaat."

5. Het met elkaar (on)eens zijn

Nederlanders staan erom bekend behoorlijk bot over te kunnen komen. "En doordat er veel zinsneden letterlijk naar het Engels vertaald worden, loop je de kans om ook daar de boot in te gaan en arrogant of onbeleefd over te komen."

Ben je het met iemand eens, dan maak je dat kenbaar door woorden als 'totally', 'completely' of 'definitely'. Ook als je het oneens bent, kan het geen kwaad om eerst te benadrukken dat je begrijpt wat iemand bedoelt. "Zeg nooit direct dat iemand fout zit, daar gooi je je eigen glazen mee in."

Begin je zin met 'I tend to think', 'I would believe' of 'It seems to me'", om te benadrukken dat je het anders ziet. Op die manier heb je een goede discussie zonder dat je gesprekspartner beledigd wegloopt.