Een op de zes tandartsen die in Nederland werkt, komt uit het buitenland. Bijna iedereen kent wel een Poolse, Spaanse of Griekse tandarts die niet hier is opgeleid, maar wel gaatjes vult en kiezen trekt. Waarom staan er plots zo veel buitenlandse tandartsen in de behandelkamer?

Het antwoord is simpel: Nederland kampt met een tandartsentekort. Elk jaar gaan er meer tandartsen met pensioen (300) dan dat er aan de universiteit afstuderen (240). De komende tien jaar gaat zelfs een op de drie tandartsen van de oude dag genieten, schat de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde (KNMT).

Tel daarbij op dat er een limiet van 259 nieuwe studenten per jaar op het aantal plekken in de studie tandheelkunde zit. Die numerus fixus werd in 2006 met opzet niet verhoogd, met het idee dat assistenten en mondhygiënisten veel taken van tandartsen kunnen overnemen. In de praktijk heeft dat anders uitgepakt: er zijn óók tekorten in die groepen.

"Pas afgestudeerde tandartsen hebben een riante positie. Ze hebben de praktijken voor het uitkiezen. Intussen is de tandarts in Zeeland aan het uitsterven", zegt praktijkhouder Arjan van den Dorpel (57). Eén Zeeuwse tandarts (vooral oudere mannen) behandelt gemiddeld 2.700 inwoners, een stuk meer dan de 1.950 in de rest van het land.

Niet warmlopen voor de praktijk op het platteland

Toen tandarts Van den Dorpel uit het Zeeuwse vissersdorp Yerseke met zijn collega (51) op zoek ging naar een potentiële opvolger, stuitte hij op het tandartsentekort. Hij wilde iemand in dienst die op termijn de praktijk zou overnemen en met wie zijn patiënten een langdurige vertrouwensband konden opbouwen. Maar geen van de afgestudeerden uit Amsterdam, Groningen en Nijmegen liep warm voor een aanstelling in de praktijk op het platteland.

“Pas afgestudeerde tandartsen hebben de praktijken voor het uitkiezen.”
Arjan van den Dorpel, tandartspraktijkhouder

Tandartsen uit voornamelijk België en Duitsland, maar ook Spanje, Portugal en Griekenland, vullen dit gat op. Met een diploma behaald in landen uit de Europese Economische Ruimte (EER) en een bewijs van taalvaardigheid kan een buitenlandse tandarts zich inschrijven in het BIG-register en de boor ter hand nemen.

Vloeiend Nederlands

16 procent van de geregistreerde tandartsen komt inmiddels uit het buitenland, in de provincie Zeeland is dat zelfs 35 procent. "Dat lijkt extremer dan het is, er werken hier ook veel Belgen", zegt Van den Dorpel.

Hij schakelde bemiddelaar DPA in. Dit bureau rekruteert tandartsen uit heel Europa en verzorgt een intensieve Nederlandse talencursus van drie maanden. "Het zijn per definitie ondernemende en leergierige mensen die voor zo'n avontuur gaan." Eigenschappen die bij een tandarts in het midden van Zeeland blijkbaar niet mogen ontbreken.

“De buitenlandse tandartsen die hier komen zijn ondernemende en leergierige mensen.”
Arjan van den Dorpel, tandartspraktijkhouder

Dankzij de bemiddelaar vult en vijlt er sinds twee jaar een jonge Portugese tandarts (27) bij hem in de praktijk. Ze werkte al in het Zuid-Europese land, maar zocht meer uitdaging en een hogere standaard van zorg. "We hadden vanaf dag één een klik. Ze spreekt vloeiend Nederlands en mensen gaan zonder enige aarzeling naar haar toe. Het geeft rust dat er iemand is die van plan is hier langer te blijven."

Andere manier van werken

Is er nog een kwaliteitsverschil? Nee, volgens Van den Dorpel, al valt het hem wel op dat de manier van tandzorg in Nederland soms anders is. "Wij zijn erg preventief ingesteld. Het is hier ingesleten om twee keer per jaar langs te komen voor controle. In andere landen, waar de vergoedingen anders zijn geregeld, is het meer gericht op acute zorg, zoals tanden trekken."

Intussen hamert Van den Dorpel via het Capaciteitsorgaan, een commissie die de overheid adviseert, op een verhoging van de opleidingsplekken voor tandartsen. Want nu de economie in andere landen weer aantrekt, is het voor buitenlandse artsen steeds minder aantrekkelijk om huis en haard te verlaten. Zelfs niet voor het pittoreske Zeeland.