Nederland scoort hoog in een internationale test op het gebied van samenwerking, maar meisjes presteren een stuk beter dan jongens.

Dit blijkt uit onderzoek onder 125.000 15-jarigen die meededen aan het Programme for International Student Assessment (PISA) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). 

Meiden zijn beter in het oplossen van problemen, maar ook in het vak economie. Zij hebben in Nederland een bovengemiddelde vaardigheidsscore in "samenwerkend probleemoplossen".

Nederland haalde een gemiddelde score van 517 tegenover het OESO-gemiddelde van 500 en de gemiddelde Europese score van 495. De scores van Duitsland, de Verenigde Staten, Denemarken, Zweden en het Verenigd Koninkrijk zijn vergelijkbaar met die van Nederland.

Meisjes

Gemiddeld hebben meisjes 1,6 keer meer kans dan jongens om "toppresteerders" te zijn in het oplossen van samenwerkingsproblemen, terwijl jongens 1,6 keer meer kans hebben dan meisjes om weinig te presteren.

De meisjes hebben vergelijkbaar voordeel bij lezen. Eenzelfde verschil is er niet voor vaardigheden in wiskunde en natuurwetenschappen.

Teamverband

Opvallend is wel dat Nederlandse leerlingen "samenwerken" niet goed waarderen. Dat vormt echter geen belemmering voor het ontwikkelen van goede vaardigheden bij het oplossen van problemen in teamverband. 

Studenten werken liever alleen of vinden dat teams niet per se betere beslissingen nemen. Ook Scandinavische landen waarderen samenwerking minder. De affiniteit met samenwerken is het hoogst in Portugal en Spanje.

Daarnaast is de waardering voor de "relationele kant" van samenwerken laag in Nederland, net als in Japan, Finland en België. Hierbij gaat het over goed kunnen luisteren of zien dat klasgenoten succes hebben.

Sociaal

Studenten die lessen in lichamelijke opvoeding volgen of sporten, hebben over het algemeen een positievere houding tegenover samenwerking.

Leerlingen die buiten school videospellen spelen, scoren juist iets lager in probleemoplossend samenwerken dan studenten die geen videogames spelen.

Aan de andere kant scoren studenten die buiten school op het internet of met sociale netwerken werken weer iets hoger dan andere studenten.

Nederland

Nederland neemt internationaal een sterke positie in als het gaat om de prestaties van leerlingen op de laagste en de hoogste prestatiesniveaus.

Zo’n 10 procent van de leerlingen scoort op het hoogste vaardigheidsniveau tegenover 8 procent gemiddeld binnen de OESO. Hierbij zijn zwakke leerlingen in Nederland minder zwak dan in veel andere landen. Ook scoren excellente leerlingen hier beter dan gemiddeld binnen de OESO en de EU.

Slechts 3 procent, tegenover een OESO-gemiddelde van 6 procent, scoort onder het basisniveau van de OESO.

Onderzoek

PISA is het grootste internationale vergelijkende onderzoek naar de prestaties van leerlingen in de wereld. Ongeveer 125.000 studenten uit 52 landen en economieën namen deel aan de test.

In Nederland deden aan het onderzoek 187 scholen mee. Van de 5.385 leerlingen die aan PISA 2015 hebben meegedaan, hebben 1.696 leerlingen deelgenomen aan samenwerkend probleemoplossen.

Getest werd hoe goed studenten als een groep samenwerken, hun houding ten opzichte van samenwerking en de invloed van factoren zoals geslacht, naschoolse activiteiten en sociale achtergrond.

Er was geen specifieke kennis vereist om de toets te kunnen maken. De toets veronderstelt basale kennis op het gebied van lezen en computergebruik. Daarnaast is basiskennis van natuurwetenschappen, wiskunde en de wereld nodig.

NU.nl heeft een nieuw platform met vacatures. Neem een kijkje op NUwerk