Ruim zeven op de tien bedrijven in het financiële werkveld geeft werknemers een bonus.

Dit blijkt uit de Robert Half Salarisgids 2015.

Grote bedrijven (74 procent) geven meer bonussen dan mkb'ers (67 procent). Bij het merendeel van de bedrijven dat bonussen verstrekt, verandert de bonus het komende jaar niet. Bij bijna een kwart van de grote bedrijven wordt er een lagere bonus verstrekt. Voor kleine ondernemers is dit 14 procent.

Gemiddeld geeft bijna 10 procent van de bedrijven juist een hogere bonus.

Stephan Renken, directeur bij Robert Half Nederland, ziet dat bedrijven verschillende manier van belonen hanteren. "Sommigen zien salarisverhogingen als de manier om het nodige talent aan te trekken en te behouden. Andere bedrijven kiezen voor het aanpassen van secundaire voorwaarden, zoals het bieden van training en opleiding of flexibele werktijden."

Meer loon

Daarnaast beloont gemiddeld een kwart van de bedrijven hun werknemers door meer loon uit te betalen. 9 procent van de grote bedrijven geeft aan komend jaar juist lagere salarissen te verstrekken aan nieuwe werknemers of nieuwe functies, dit geldt voor 3 procent van de mkb'ers. De meeste salarissen blijven ongewijzigd.

Ongeveer een derde van de ondervraagde managers ziet het verhogen van de beloning als een maatregel om hun beste medewerkers te behouden. De meeste managers voeren regelmatig functioneringsgesprekken of geven meer verantwoordelijkheden aan hun werkgevers.

Ook promotiekansen en flexibele werktijden worden gebruikt om een goed presterende werknemer te behouden.

Beloningspakket

Daarnaast blijkt uit dezelfde gids dat een kwart van de financiële en boekhoudkundige medewerkers het beloningspakket de belangrijkste reden vinden om hun bedrijf te verlaten voor een andere uitdaging.

Onder het beloningspakket valt onder andere een hoger basissalaris, een hogere bonus en extra vrije dagen. 19 procent noemt voortgang in de carrière als reden om op zoek te gaan naar een andere werkgever.

Met respectievelijk 3 en 4 procentpunt minder staan de relatie met baas en collega's en de balans tussen werk en privéleven op de tweede en derde plaats.

Voor 7 procent is de bedrijfscultuur het belangrijkst, 6 procent noemt de geografische situatie als belangrijkste reden om hun huidige bedrijf te verlaten.

Generaties

Gekeken naar de generaties is het beloningspakket voor 28 procent van de respondenten van Generatie X, geboren tussen 1965 en 1978, de belangrijkste reden. Vooruitgang in de carrière en balans tussen werk en privéleven worden door 14 en 24 procent van de respondenten genoemd als reden om op zoek te gaan naar een andere werkgever.

Bij werknemers die geboren zijn tussen 1979 en 1999, Generatie Y, staat carrièrevooruitgang op de eerste plaats met 30 procent. Het beloningspakket volgt met 28 procent, 11 procent van de jonge werkgevers vindt de geografische ligging de belangrijkste reden.

Babyboomers, geboren tussen 1946 en 1964, hechten veel waarde aan de relatie met hun baas en collega's. Door een kwart van de respondenten wordt dit aangevoerd als reden om hun huidige werkgever te verlaten. Het beloningspakket staat bij deze generatie met 21 procent op de tweede plaats, terwijl 16 procent aangeeft carrièrevooruitgang het belangrijkst te vinden.