DEN HAAG - Nederland laat economisch veel liggen doordat het te veel immigratiebeperkingen oplegt aan buitenlandse ingenieurs en softwareontwikkelaars. "We gaan nu met een LPF-achtige benadering met dergelijke immigranten om", vindt minister Brinkhorst van Economische Zaken.

Brinkhorst zei dit zondag na een reis van een week in Azië. Vooral uit India heeft hij veel klachten gehad over de Nederlandse benadering van kennisimmigratie.

Zware criteria

"Nederland hanteert criteria die zwaarder zijn dan in elk ander Europees land. Voor Indiërs is het daardoor heel moeilijk om hier te verblijven. We schieten zo in onze eigen voet, vooral ook omdat we te weinig mensen hebben die zich hebben gespecialiseerd in exacte vakken", aldus Brinkhorst.

Volgens de minister wordt in Nederland te veel geklaagd over het wegvloeien van kennis, terwijl we tegelijkertijd het binnenhalen ervan bemoeilijken. "Dit is kortzichtig. We moeten met landen als India meer kennis uitwisselen. India beschikt over een enorm reservoir."

Politiek signaal

Brinkhorst zei in eerste instantie "een politiek signaal" te willen afgeven. "Maar het is mij duidelijk geworden dat er iets moet veranderen. Een Indiase professor kreeg toen hij hier wilde studeren detectives op zijn dak omdat men het vreemd vond dat hij met een twee jaar oudere vrouw was getrouwd."

Volgens Brinkhorst staat dit probleem los van het Nederlandse asielbeleid. Hetzelfde geldt voor de discussie over de Polen in de landbouw. "Wat we missen is een immigratiebeleid met betrekking tot kennisoverdracht."

Wereldhandel

Brinkhorst sprak afgelopen week met collegaministers uit China, Japan en India. Het belangrijkste gespreksonderwerp was de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Hij constateerde bereidheid bij deze landen om de onderhandelingen over vrijere wereldhandel te hervatten.

Vorig jaar mislukte een WTO-conferentie over dit onderwerp in het Mexicaanse Cancún. "De politieke wil is er weer. Het is nu zaak om voorzichtig naar een herstart te bewegen. Een tweede fiasco kunnen we ons niet permitteren."

Het LPF-Tweede-Kamerlid Varela voelt zich in zijn wiek geschoten door de term "LPF-achtige benadering". "Wij hebben nooit beweerd dat mensen die we nodig hebben, per definitie het land niet in mogen. De kwalificatie van de minister stuit ons tegen de borst", aldus het Kamerlid.