Het aantal vrouwelijke wetenschappelijke onderzoekers is in de periode 2011 tot 2015 gegroeid vergeleken met de periode 1996 tot 2000.

Dat blijkt uit onderzoek van Elsevier, dat data over mannelijke en vrouwelijke onderzoekers uit twaalf landen en regio's en van 27 disciplines vergeleek.

Tevens bleek uit de resultaten dat de gepubliceerde artikelen van vrouwelijke onderzoekers ongeveer even vaak geciteerd worden als de artikelen van mannen, ondanks dat vrouwen gemiddeld minder artikelen publiceren.

Tussen de jaren 1996 en 2000 had alleen Portugal een vrouwelijke onderzoekerspopulatie die groter was dan 40 procent. In de periode 2011 tot 2015 gold dit al voor negen landen of regio's, waaronder Denemarken, Canada en Brazilië. Alleen in Chili, Mexico en Japan hebben mannelijke wetenschappers nog ruim de overhand.

Australië

De percentages stegen gedurende de twintig jaar gemiddeld tussen de 4 en 11 procent. De grootste stijging was te vinden onder Australische onderzoekers, waar nu 44 procent van de onderzoekers vrouw is. In de periode 1996 tot 2000 was dit nog 33 procent.

Het grootste vrouwelijke aandeel onderzoekers werd aangetroffen op het gebied van de sociale wetenschappen. De meeste mannelijke onderzoekers werken in de natuurwetenschappen.

Samenwerken

Verder bleek uit het onderzoek dat mannen vaker samenwerkingen van internationale aard aangaan dan vrouwen. Ook werken vrouwen gemiddeld minder vaak samen met collega's uit andere vakgebieden. 

"We kunnen spreken van een vooruitgang wat betreft de participatie van vrouwen in wetenschap, zij het stapsgewijs en ongelijkmatig", aldus Holly Falk-Krzesinski, vicepresident van Elseviers Strategic Alliances-Global Academic Relations. 

"We kunnen dit zien als een teken om de inspanningen van vrouwen in dit vakgebied aan te moedigen en deel te nemen aan onderzoek, ook in de technologie, techniek en wiskunde."