Sport kan jongeren helpen om socialer te worden en zo op het rechte pad te blijven. Wel moet het klimaat op de sportclub goed zijn en is er voor de coach een belangrijke rol weggelegd.

Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Anouk Spruit, die donderdag aan het Universiteit van Amsterdam promoveert. Spruit concludeert dat sporters niet meer of minder crimineel gedrag vertonen dan niet-sporters."Jongeren kunnen socialer worden van sport, maar agressie op het sportveld kan antisociaal gedrag juist in de hand werken", zegt Spruit.

Volgens Spruit leidt sporten op zichzelf niet tot minder crimineel gedrag. Een goede invloed van het sporten valt of staat namelijk met het klimaat op de sportvereniging. "Draagt de trainer uit dat je respect voor hem moet tonen voor elkaar of de scheidsrechter, of juist niet? Staan ouders langs de lijn agressieve teksten te roepen of niet."

Ook de rol van de coach is van groot belang. "Is de coach een voorbeeldfiguur, weet hij de juiste aansluiting met jongeren te vinden en geeft hij voldoende individuele aandacht? Een goede coach vraagt hoe het thuis, op school of met vrienden gaat", aldus Spruit.

Vechtsport

Uit het onderzoek bleek dat er geen verschillen waren tussen contactsporten en andere sporten. Ook kon Spruit geen wetenschappelijk bewijs vinden voor de gedachte dat agressieve sporten agressie in de hand werken. "Dit is ook weer afhankelijk van de sfeer op de sportclub. Zijn de types die er rondlopen schimmig en stimuleert de coach om op het rechte pad te blijven."

De relatie tussen sportdeelname en jeugddelinquentie is onderzocht door 51 bestaande wetenschappelijke studies opnieuw te bestuderen. In deze studies werden in totaal 132.366 adolescenten onderzocht. Daarna is het effect van sport- en bewegingsinterventie op psychosociaal gedrag bij adolescenten geanalyseerd aan de hand van 57 eerdere studies.  

Project

Het laatste deel van het onderzoek bestond uit de analyse van het sportproject Alleen jij bepaalt wie je bent (AJB). Dit project wordt in Nederland gebruikt ter voorkoming van jeugddelinquentie bij risicojongeren. De criteria voor deelname aan het project waren dat de jongeren nog niet of slechts in geringe mate in aanraking met de politie waren geweest. Ze hadden een laag opleidingsniveau en woonden in een achterstandswijk. 

368 jongeren tussen de twaalf en achttien jaar participeerden in dit project. Als laatste werd aan 155 jongeren, samen met hun leerkrachten en coaches gevraagd een vragenlijst in te vullen over de het succes van het AJB-project. 

Van oudsher worden sportactiviteiten gezien als een middel om de ontwikkeling van jongeren positief te stimuleren en antisociaal gedraag van jongeren te voorkomen. Verder is sportdeelname gerelateerd aan een betere (mentale) gezondheid en helpt sport om jongeren te verbinden. Eerder werd nog weinig wetenschappelijk bewijs gevonden dat sport jongeren discipline, samenwerking en autoriteit leert.