Bij de aanpak van jonge criminelen moet justitie ook rekening houden met biologische factoren.

Dat laat het WODC, het wetenschappelijk onderzoeksbureau van het ministerie van Veiligheid en Justitie, weten in een rapport dat staatsscretaris Klaas Dijkhoff donderdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De laatste jaren is er veel meer kennis over de invloed van biologische factoren bij agressie en criminaliteit. Uit hersenonderzoek bleek dat er een verband te vinden is tussen de structuur en de activiteit van bepaalde hersengebieden en crimineel gedrag op jonge leeftijd.

Onderzoekers Liza Cornet en Katy de Kogel stellen echter dat die kennis nauwelijks wordt gebruikt bij justitie. Zij zoeken de verklaring vooral in sociale en psychologische factoren, bijvoorbeeld drugsgebruik en de vriendengroep van de criminele jongere in kwestie. Door informatie over bijvoorbeeld de hersenen mee te nemen, kan er een beter beeld ontstaan over de crimineel.

Deskundigen 

Voor het onderzoek bestudeerden zij wetenschappelijke literatuur en spraken Cornet en De Kogel met deskundigen. Daarop brachten zij in kaart hoe het jeugdstrafrecht de neurowetenschap kan inzetten.

Om te zien wat de neurowetenschap kan bijdragen, lopen er intussen enkele pilotprojecten. Een ervan richt zich op het signaleren van oplopende agressie door het meten van de hartslag. Ook wordt gekeken of het slikken van voedingssupplementen zoals omega-3-vetzuren helpt bij voorkomen van verhoogde stressniveaus.