In een op de zeven basisscholen (14 procent) in de vier grote steden kunnen bepaalde onderwerpen niet meer met de kinderen worden besproken als gevolg van mislukte integratie.

Landelijk is dat bij een op de twintig basisscholen (5 procent) het geval, blijkt uit onderzoek van DUO Onderwijsonderzoek.

Onderwerpen die in dat verband door schoolleiders en leerkrachten worden genoemd zijn seksuele voorlichting of homoseksualiteit. Ook over zaken betreffende religie of geloof en in het bijzonder over islamisering of IS kan niet gesproken worden. Op aanslagen, terrorisme, slavernij rust eveneens een taboe.

In het voortgezet onderwijs liggen de percentages op respectievelijk 13 in de grote steden en 11 procent landelijk. De onderwerpen die vermeden worden zijn dezelfde als op lagere scholen maar ook over politieke situatie in landen als Turkije en Rusland kan niet worden gesproken.

Voor het onderzoek werden in totaal 2.203 mensen ondervraagd: 590 leerkrachten en 628 schoolleiders uit het basisonderwijs, en 738 docenten en 247 schoolleiders uit het voortgezet onderwijs.

Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) vertelt woensdag in een reactie het "niet normaal te vinden als een leraar op school niet durft te vertellen dat hij homo is, of bepaalde onderwerpen uit de weg gaat uit vrees voor gedoe in de klas."

Volgens de bewindsman heeft de Onderwijsinspectie onlangs onderzocht in hoeverre scholen erin slagen burgerschap over te brengen op hun leerlingen. De resultaten ervan gaan "zeer binnenkort'' naar de Tweede Kamer.