Bijna achttien procent van Nederlanders tussen de 25 en 65 jaar hebben in 2014 een opleiding of cursus gevolgd. Dat komt neer op ongeveer 1,6 miljoen personen.

Zij volgen deze cursussen voor hun werk of privé, zoals een talencursus, een opleiding in het hoger onderwijs of een workshop. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag heeft bekendgemaakt.

In Europa bezet Nederland een vijfde plek wat betreft het aantal personen dat een cursus of opleiding volgt na hun 25e. Alleen Frankrijk en de Scandinavische landen scoren hoger.

Het Europees gemiddelde ligt op elf procent. De Europese Commissie had in 2010 al een doelstelling van 12,5 procent vastgesteld. In 2014 is dat cijfer ook niet gehaald. Het Nederlandse streefcijfer is om in 2020 minstens twintig procent van de Nederlanders een cursus of opleiding te laten volgen.

Beroepen

Voornamelijk hoogopgeleiden volgen een cursus na hun 25e. Volgens het CBS komt dat door beroepen zoals medisch specialisten, advocaten en docenten. Deze werknemers krijgen regelmatig te maken met veranderingen in hun werk, waardoor zij zich moeten bijscholen. In sommige gevallen is dat zelfs verplicht.

Daarnaast zijn het vooral eind-twintigers en dertigers die een cursus of opleiding volgen. Het gaat dan om langstudeerders, maar ook personen die voor hun eerste baan specifieke vaardigheden moeten leren.