Alcoholtesten waarmee weggebruikers zelf het alcoholpromillage in hun bloed kunnen meten, blijken onbetrouwbaar en geven geen goede indicatie van de hoeveelheid alcohol dat iemand gedronken heeft. 

Dit concludeert Radar op basis van een eigen test.

Het consumentenprogramma analyseerde zes verschillende thuistesten onder de honderd euro en zag dat de indicaties die deze meters geven, niet overeenkomen met de meting die de politie verricht. "Deze meters zijn eigenlijk allemaal onbetrouwbaar”, zegt Sjoerd Houwing, deskundige alcohol en verkeersveiligheid van de SWOV (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid).

"Daarnaast bestaat het gevaar dat mensen deze meters gebruiken om naar een bepaalde grens toe te drinken en dat is zeker geen wenselijke situatie in het verkeer”, voegt Houwing toe.

Metingen getest

Bij zes fysiologisch verschillende proefpersonen werden door Radar getest. De uitslag van de thuistest werd afgezet tegen de uitslag met het politieapparaat. Bij alle apparaten werden onregelmatigheden aangetroffen.

Uit het onderzoek bleek onder andere dat een beginnend bestuurder, die nog geen vijf jaar zijn rijbewijs heeft, met teveel alcohol op, volgens de thuistest kon rijden. De test gaf namelijk aan dat deze bestuurder net op de grens van 0,2 promille zat. De politiemeter gaf een promillage aan van 0,34. Voor beginnende bestuurders ligt de maximale toelaatbare grens op 0,2 promille. Voor ervaren bestuurders is dat promillage 0,5.

Het onderzoek wordt maandag besproken in de uitzending van Radar om 20.30 op NPO 1.