Twintigers met een relatie zonder kinderen blijken het gelukkigst te zijn met hun leven. Alleenstaande ouders met jonge kinderen scoren daarentegen het laagst op het gebied van welvaart, welzijn en geluk.

Dit blijkt uit een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) naar de levenskwaliteit van de Nederlandse bevolking.

Het is voor het eerst dat het CBS bij de meting van het welbevinden van de bevolking zowel welvaart als welzijn onderzocht.

De levenskwaliteit in Nederland is hoog, maar blijkt volgens de cijfers nog steeds zeer ongelijk verdeeld. Een derde van de Nederlanders heeft het materieel zeer goed, is gezond en voelt zich gelukkig, terwijl het leven voor een  kwart van de Nederlanders  flink tegenzit op deze drie punten.

Geluksfactoren

Hoogopgeleiden (hbo of wo) met een werkende partner hebben de grootste kans op een hoge kwaliteit van het leven. Dit met name omdat vele geluksfactoren (als een gezamenlijk inkomen, financiële zekerheid, een koopwoning, regie over het eigen leven en liefdesgeluk) binnen handbereik liggen.

Lager opgeleide alleenstaande hebben de geringste kansen in de maatschappij, wat zich terug laat zien in hun perceptie op geluk. Ook alleenstaande ouders, van wie 90 procent moeder is, scoren laag in levenskwaliteit.

Opvallend aan het onderzoek is dat mannen en vrouwen met de minste kansen in de maatschappij hun positie nogal verschillend ervaren. Vrouwen blijken gemiddeld veel gelukkiger met hun leven.