In totaal 9 procent van de bijstandsgerechtigden verdient een deel van het eigen inkomen met een parttime baan. Het grootste deel wil meer uren werken, maar dat lukt niet.

Dat blijkt uit onderzoek van Divosa, de vereniging van directeuren van sociale diensten.

Onder alleenstaande ouders is het percentage met 16 procent nog hoger.

Bijstandsgerechtigden die een parttime baan hebben, werken vooral in de horeca, zorg, recreatie en schoonmaak. Door dit werk besparen ze de schatkist 350 miljoen euro.

Doordat steeds meer banen parttime zijn en er veel gewerkt wordt met flexibele contracten, is het lastig een baan te vinden waarbij men niet afhankelijk is van een bijstandsuitkering.

Ongeveer 40 procent van de parttime werkende bijstandsontvangers slaagde er in 2013 en 2014 in om uit de bijstand te komen. Van de groep bijstandgerechtigden die niet werkten, kwam maar 29 procent uit de bijstand.

Bijstandsgerechtigden met een baan verdienen gemiddeld 500 euro per maand. De sociale dienst vult dat bedrag aan tot bijstandsniveau; dat is voor een alleenstaande ruim 900 euro netto per maand en voor een stel 1.375 euro.

Streven

Vrijwel alle sociale diensten streven een toename van het parttime werk na. Circa de helft van de sociale diensten (53 procent) voeren hier ook beleid op. Twee derde van de sociale diensten laten inkomsten uit parttime werk (gedeeltelijk) vrij.

Een derde van de gemeenten ervaart problemen bij het verrekenen van inkomsten door parttime werk. Deze gemeenten vinden het verrekenen van inkomsten complex en een grote administratieve belasting. Omdat bij de betaling van een uitkering het werkelijke loon niet bekend is, moeten sociale diensten dat achteraf verrekenen. Dat levert veel terugvorderingen en onduidelijkheden voor klanten op.