Van de vaders die recht hebben op ouderschapsverlof maakt maar één op de vier daar ook echt gebruik van. 

Wel namen zowel vaders als moeders in 2013 vaker dit soort verlof op dan tien jaar geleden. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag.

Ouders kunnen ouderschapsverlof opnemen tot hun kind acht jaar is. Voorwaarde is wel dat de man of vrouw één jaar of langer als werknemer in dienst is. Bij mannen blijkt de arbeidsduur nauwelijks te veranderen na de geboorte van het eerste kind: ze werken evenveel of zelfs meer.

Ruim drie kwart van de vaders die recht hebben op ouderschapsverlof nam dit in 2013 niet op. Bij moeders is dat bijna de helft.

Sinds 2009 is de periode om ouderschapsverlof op te nemen voor werkende ouders verdubbeld naar 26 weken. Sindsdien is het ook mogelijk het verlof meer te spreiden of in gedeelten op te nemen. Dat heeft ervoor gezorgd dat vooral vaders meer ouderschapsverlof hebben opgenomen.

Vrouwen

Jonge vrouwen werken, voordat ze kinderen krijgen, al vaker in deeltijd. Een klein deel zou meer willen werken en een nog kleiner deel juist minder, als dat goed te regelen zou zijn. Maar verreweg de meeste vrouwen die parttime werken willen niet meer uren werken.

Afgelopen jaar telde ons land volgens het CBS ruim 2,1 miljoen vaders tussen 15 en 75 jaar. Van hen waren er bijna anderhalf miljoen (70 procent) werknemer bij een bedrijf, een organisatie of in overheidsdienst.

Overigens heeft de partner van de moeder, zodra de baby is geboren recht op drie dagen onbetaald ouderschapsverlof.