AMSTERDAM - De Nederlandse app-industrie is als werkomgeving een stuk traditioneler dan men dacht, zo blijkt uit onderzoek.

Van flexibele werktijden is weinig sprake; de meeste bedrijven houden zich min of meer aan kantoortijden.

De markt voor apps is sterk groeiende en de jonge Nederlandse app‐industrie is inmiddels een miljoenensector. Mark Minkjan onderzocht de opkomst en de ruimtelijke oriëntering van deze bedrijfstak en studeert hierop af aan de Universteit van Amsterdam.

Traditioneel

Op basis van verschillende theorieën werd op voorhand de verwachting geschapen dat de app‐industrie zich zou kenmerken door in werkwijzen af te wijken van de meer traditionele sectoren. Dit bleek minder sterk het geval dan verwacht.

Qua werklocatie is ‘het nieuwe werken’ nog niet zozeer het mantra: de meeste ondernemers en werknemers werken ‘gewoon’ op kantoor, weinig vanuit huis en nauwelijks vanuit third places (cafés, koffiebars, etc). Face‐to‐face contact geniet ondanks de vergaande communicatiemogelijkheden voor de meeste geïnterviewden de voorkeur boven digitaal of telefonisch contact, zowel met collega’s als met opdrachtgevers.

Werkplek

Het komt erop neer dat de mogelijkheden om flexibel te werken – qua tijden, locatie en het soort plekken – er zijn, maar dat de realiteit ervoor zorgt dat men zich toch aanpast aan collega’s, vrienden, de levenspartner of opdrachtgevers, zowel qua werktijden en werkplek als contactvormen.

De werkplek is vaak een kantoor, dat representatief moet zijn en – wanneer het een meerpersoonsbedrijf betreft – waar de werknemers het liefst zoveel mogelijk tegelijkertijd aanwezig zijn.

Freelancers

Ook freelancers hechten belang aan een vaste werkplek waar in afzondering kan worden gewerkt. Er wordt echter wel relatief veel met freelancers gewerkt zoals grafisch ontwerpers, interactiedesigners of 3D‐animators. Er zijn ook relatief veel zelfstandige app‐ontwikkelaars, die bovendien regelmatig worden ingehuurd door grotere app‐bedrijven.