AMSTERDAM - Mannen zijn sterk ondervertegenwoordigd in de gezondheidszorg en het onderwijs. Desondanks werken zij gemiddeld bijna 7 uur meer dan hun vrouwelijk collega’s (inclusief overwerk).

Dat blijkt uit een analyse van het ING Economisch Bureau. Zij hebben hiervoor gekeken naar cijfers van het CBS en TNO over banen en arbeidsduur verdeeld over mannen en vrouwen.

In de gezondheidszorg is slechts 17 procent van de werknemers man. Mannen werken daar per week gemiddeld 7,7 uur meer dan hun vrouwelijke collega’s. In het onderwijs zijn de verschillen minder groot. Daar werken mannen (38 procent van de werknemers) gemiddeld 5,8 uur per week langer. In de horeca (47 procent man) werken mannen gemiddeld 4,5 uur per week langer dan vrouwen.

Patroon nog niet doorbroken

Ook in zogenaamde 'vrouwelijke beroepen' is het traditionele patroon, waarbij de man meer werkt dan de vrouw, nog niet doorbroken. Vrouwen in de gezondheidszorg zijn de afgelopen jaren wel iets meer uren per week gaan werken, maar de stijging is bescheiden. Zij werkten in 2009 een half per week langer dan in 2006. In het onderwijs is het aantal uren dat vrouwen werken vrijwel gelijk gebleven.

Over de hele linie maken mannen langere werkweken dan vrouwen. Zij werken gemiddeld 9,6 uur per week langer dan vrouwen. In de bouw (90 procent man) is het verschil met 12,5 uur het grootst. Dat komt overigens niet per se doordat mannen in die sector oververtegenwoordigd zijn. In de delfstoffenwinning (85 procent man) werken mannen slechts 5,9 uur langer.

Verschil wordt kleiner


Het verschil in uren is tussen 2006 en 2009 iets kleiner geworden. Mannen zijn evenveel uren blijven maken, vrouwen werken iets meer. Mogelijk slinkt het verschil de komende jaren verder door de bezuinigingen op de kinderopvang. Vanaf volgend jaar is de toeslag gekoppeld aan de gewerkte uren van de minst werkende partner; dat is meestal de vrouw.

Als moeder korter gaat werken daalt haar salaris, maar ook de kinderopvangtoeslag. Vader ziet alleen zijn loon dalen. Voor jonge ouders die korter gaan werken, kan het daardoor financieel gunstiger uitpakken als juist de vader vaker thuis is.