AMSTERDAM - Als vrouwelijke artsen carrière willen maken zitten stereotype, tegengestelde verwachtingen over hun rol als ‘goede’ moeder en ‘goede’ arts hun danig in de weg.

Dat blijkt uit onderzoek waarop bedrijfskundige drs. Berber Pas vrijdag op promoveert aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Pas onderzocht het effect van rolopvattingen van vrouwelijke artsen over werk en zorg op hun loopbaanambities. Ze ondervroeg hiervoor vrouwelijke dokters uit alle specialismen, evenals zowel mannelijke als vrouwelijke medisch specialisten.

‘De werkende moeder’

Vrouwelijke artsen met kinderen worden met de huidige aandacht voor werk-privébalans in organisaties vooral aangesproken op hun rol als ‘de werkende moeder’. Toch heeft het hebben van kinderen geen effect op de ambitie van vrouwelijke artsen en hebben ze minder traditionele rolopvattingen over moederschap dan vrouwelijke artsen zonder kinderen. Het zijn vooral de mannelijke artsen met jonge kinderen die (tijdelijk) een lagere carrièremotivatie hebben.

Motivatie

Uit het onderzoek van Berber Pas blijkt bovendien dat vrouwelijke artsen die zich meer gesteund voelen in het bereiken van hun carrièredoelen, gemotiveerder zijn om zich daarvoor in te zetten. Bij ‘jonge’ vaders in het beroep is dat net andersom: zij willen graag wat meer tijd hebben voor de kinderen en begrip daarvoor heeft een positief effect op hun carrièremotivatie. 

Norm ter discussie

De bedrijfskundige laat in haar onderzoek zien dat de norm waaraan vrouwen moeten voldoen als werknemer (altijd beschikbaar zijn, geen nee zeggen, fysiek sterk zijn) en als moeder (niet meer dan drie dagen werken, zo lang mogelijk borstvoeding geven, het geluk van je gezin voorop stellen) tegengesteld zijn maar bovenal belemmerend werken, zowel voor de vrouw als voor de organisatie.

"Het is natuurlijk goed dat bazen en collega’s aandacht en begrip hebben voor de combinatie werk-privé, maar het is niet goed als ze vrouwelijke artsen met een gezin daardoor nauwelijks nog aanspreken op hun rol als professional. In gesprekken met leidinggevenden zou het vooral moeten gaan over loopbaanontwikkeling en carrièredoelen: waar willen deze vrouwelijke artsen over vijf jaar staan?"

‘Familievriendelijk’ beleid

Ondanks ambities van vrouwen en familievriendelijke arrangementen van organisaties, blijft het aantal vrouwen in medische topfuncties laag. Pas: ”Veel familie- of vrouwvriendelijk beleid loopt het risico rolbevestigend en stigmatiserend te worden in de uitwerking op de werkvloer. Het zal dominante beeldvorming over wat vrouwen en mannen behoren te doen weinig veranderen.

Zo verandert er met het bieden van parttime contracten nog niets aan het heersende beeld dat vrouwelijke artsen vooral geacht worden collega’s niet op te zadelen met extra werk als gevolg van een zwangerschap of het doen van onderzoek. En zo verandert er met het bieden van een leiderschapstraining voor vrouwen niets aan het mannelijke ideaalbeeld van de arts die wel nee zegt tegen minder prestigieuze taken om zijn carrièredoelen te bereiken."

Belangrijke rol

Pas is van mening dat er een belangrijke rol ligt bij alle betrokkenen: de artsen zelf, de leidinggevenden, collega’s en P&O-ers. Bijvoorbeeld door op de werkvloer gezamenlijke afspraken te maken over de verdeling van (carrièrebevorderende) taken. 

"Dwars tegen de heersende beelden en veilige aanpak in durven gaan. Dat is belangrijk en daar lijkt het nu met de toenemende behoefte aan medisch personeel de hoogste tijd voor."