DEN HAAG - Bij de 3,4 miljoen stellen in de leeftijd tussen de 15 en 65 jaar zijn de anderhalfverdieners het meest voorkomende verdienerstype. Dat wil zeggen dat de een voltijd en de ander in deeltijd werkt.

Het aandeel anderhalfverdieners nam toe van nog geen kwart (23 procent) in 1992 tot 43 procent in het afgelopen jaar, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag.

Het aandeel anderhalfverdieners nam toe van nog geen kwart (23 procent) in 1992 tot 43 procent in het afgelopen jaar, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag.

''Onder paren paren met een jongste kind jonger dan 12 jaar is zelfs meer dan de helft anderhalfverdiener.'' Bij 95 procent van die stellen heeft de man een voltijdbaan.

Paren waarvan de man fulltime en de vrouw parttime werkt, willen het minst vaak hun uren aanpassen. ''Slechts 2 procent van deze vrouwen wil liever voltijd werken.''

Deeltijd

Over de periode van 1992 tot 2010 daalde het aantal stellen waarbij een van de twee fulltime werkt van 42 naar 22 procent. ''Het aandeel paren met beiden een voltijdbaan was stabiel met 14 procent'', aldus het CBS.

Bij de anderhalfverdieners wil 96 procent van de mannen die de hele week werkt, niet tornen aan de arbeidsuren. ''Slechts 3 procent zou graag in deeltijd willen werken.''

Andersom willen mannen met een deeltijdbaan wel relatief vaak voltijd werken. ''Als hun vrouw een voltijdbaan heeft zou 17 procent het liefst ook een voltijdbaan hebben.''

Ook willen relatief veel vrouwen die de hele week werken een stapje terug zetten. ''Dit is het geval bij 12 procent van de voltijd werkende vrouwen met een in deeltijd werkende man.''