DEN HAAG - Het aantal vrouwen dat thuis wil blijven om voor het gezin te zorgen, is in tien jaar tijd ruimschoots gehalveerd. In 2010 waren er 318.000 vrouwen die vanwege de zorg voor het gezin geen werk wilden van twaalf uur of meer in de week.

In 2001 ging het nog om 755.000 vrouwen, zo blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek maandag heeft gepubliceerd.

In 2010 telde Nederland elf miljoen mensen tussen de 15 en de 65 jaar: de potentiële beroepsbevolking. Van hen gaven er 2,8 miljoen aan niet twaalf uur uur of meer per week te willen of kunnen werken.

Opleiding

Onder hen waren 1,8 miljoen vrouwen. De meest genoemde reden is het volgen van een opleiding.

Tien jaar geleden was de groep die aangaf niet te willen of kunnen werken, bijna een half miljoen groter. De afname komt vrijwel helemaal voor rekening van vrouwen. Dat hangt volgens het CBS onder meer samen met het gestegen opleidingsniveau van vrouwen.

Europa

Naar Europese maatstaven hebben veel vrouwen in Nederland bovendien betaald werk. Nederlandse vrouwen zijn ook hoger opgeleid dan gemiddeld in de Europese Unie.

Maar het beloningsverschil met mannen is in Nederland groter dan gemiddeld in de EU. In Nederland werkt 71,5 procent van de vrouwen. Van de 27 lidstaten van de Europese lidstaten is dat percentage alleen in Denemarken nog iets hoger. Maar in landen als Malta en Italië ligt het onder de 50 procent.

Deeltijd

Driekwart van de Nederlandse vrouwen werkt in deeltijd en dat maakt de Nederlandse vrouw kampioen deeltijdwerker. Op ruime afstand volgt Duitsland waar 45 procent van de werkende vrouw een parttimebaan heeft.

Nederlandse vrouwen verdienen gemiddeld 81 procent van het brutoloon dat mannen ontvangen. Daarmee is het verschil groter dan het Europese gemiddelde dat op 83 procent ligt.