AMSTERDAM - Bestuurders in het onderwijs mogen in de toekomst niet meer dan 223.666 euro verdienen. Deze norm geldt voor nieuwe benoemingen en ook bij herbenoemingen van bestuurders.

Minister Marja van Bijsterveldt en staatssecretaris Halbe Zijlstra (beiden Onderwijs) schrijven dat in een brief aan de instellingen in het hoger- en middelbaar beroepsonderwijs.

Als een beloning boven de norm uitkomt, wordt de overschrijding teruggevorderd. Lopende contracten blijven ongemoeid.

Ministerssalaris

Zijlstra kondigde eind vorig jaar al de wettelijke norm voor onderwijsbestuurders aan tijdens een spoeddebat in de Tweede Kamer. Aanleiding voor het debat was een onderzoek van de Algemene Onderwijsbond (AOb) waaruit bleek dat zestig bestuurders in het onderwijs meer dan 30 procent boven het gemiddelde ministerssalaris zaten.

De norm in het onderwijs en in de rest van de publieke sector wordt 130 procent van het ministerssalaris. Het maximale salaris is volgens de norm 187.340 euro. Met onkostenvergoeding en pensioenbijdrage is het maximum 223.666 euro.

Beloningsafspraken

Van Bijsterveldt en Zijlstra zijn overtuigd van de noodzaak van een wettelijk maximum omdat de door verscheidene onderwijssectoren opgestelde beloningsafspraken in de praktijk onvoldoende duidelijk zijn.

Hierdoor bleek vooral dat bij universiteiten en in het hbo en mbo de salarissen soms boven de afspraken uitstegen.