ZEIST - Nederlanders hebben een ouderwets beeld van hoe een pensioen kan worden opgebouwd en moeten hun kennis hierover opfrissen. Dat stelt professor Gerry Dietvorst van de Universiteit van Tilburg.

Uit onderzoek van Dietvorst blijkt dat werknemers verwachten dat zij tijdens hun pensioen 70 procent van hun laatstgenoten salaris behouden, maar dat lukt volgens hem niet als het huidige pensioensysteem - dat bestaat uit drie pijlers - de standaard blijft.

Werknemers moeten zich volgens Dietvorst realiseren dat het inkomen voor later een gedeelde verantwoordelijkheid is. Dit betekent volgens de hem dat iedereen zich meer en eerder in zijn pensioen zal moeten verdiepen, en met een bredere blik naar de oudedagsvoorziening moet kijken.

Pijlers

Het huidige stelsel bestaat uit drie pijlers. Onder de eerste pijler valt het vanwege de overheid geregelde pensioen, het zogeheten basispensioen ofwel de AOW.

De tweede pijler staat voor het aanvullende werknemerspensioen dat met de werkgever wordt overeengekomen. Dit zijn de pensioenrechten die een werknemer opbouwt tijdens zijn of haar carrière. De premie wordt door de werknemer en werkgever samen betaald en valt doorgaans onder secundaire arbeidsvoorwaarden.

De derde pijler is het privépensioen, dat mensen vrijwillig en dus zelf bij elkaar sparen met bijvoorbeeld levensverzekeringen, lijfrente en inkomsten uit eigen vermogen. Doorgaans gaat het hierbij om commerciële spaarproducten. Veel ondernemers en zzp'ers zijn hier volledig op aangewezen.

Ouderwets

Volgens Dietvorst is het huidige stelsel hopeloos ouderwets. Hij vindt drie pijlers onvoldoende, en stelt dat het tijd wordt dat met name werkgevers en werknemers wakker worden geschud.

Vijf pijlers

Dietvorst stelt dat deze drie pijlers niet meer voldoende zijn om genoeg pensioen te verzamelen in de toekomst. Zeker niet omdat over 10 tot 15 jaar meer dan een kwart van de Nederlandse bevolking 65 jaar of ouder zal zijn.

Volgens de professor moeten er twee pijlers worden toegevoegd: Nederlanders moeten langer doorwerken, en ze moeten meer sparen om later genoeg geld te hebben om pensioengaten te dichten.

Menselijk kapitaal

De vierde pijler wordt wel omschreven als het menselijk kapitaal, het vermogen om na de reguliere pensioendatum flexibel - doorgaans bij de laatste werkgever - door te werken, overwegend in deeltijd met als doel het inkomen en pensioen aan te vullen.

Omdat het doorgaans om tijdelijke contracten gaat, en er geen premies voor werknemersverzekeringen meer verschuldigd zijn, is dit voor de werkgever aantrekkelijk.

Onder de vijfde pijler verstaat Dietvorst het zelf gespaarde vermogen zoals de spaarrekening, de effectenportefeuille en bijvoorbeeld de overwaarde van de eigen woning.