AMSTERDAM - Werknemers in de flexibele schil hebben fors lagere inkomsten dan werknemers in vaste banen. Dat terwijl ongeveer 6 procent van de Nederlandse werknemers op een bepaald moment langer dan drie jaar een tijdelijke of flexibele baan heeft.

Het betreft niet alleen werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt, maar ook hoger opgeleide werknemers in relatief goede banen.

Tussen 1999 en 2006 zat 40 procent van alle werknemers tenminste een keer met een tijdelijke of flexibele baan in de flexibele schil van de arbeidsmarkt, waarvan ruim de helft niet langer dan een jaar en slechts vijf procent langer dan drie jaar.

Dit blijkt uit onderzoek dat SEO Economisch Onderzoek heeft uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, meldt PleinPlus.

Onder minimumloon

Dat werknemers in de flexibele schil fors minder verdienen dan mensen met een vaste baan kan op meerder manieren worden verklaard.

Oorzaken zijn de kortere arbeidsduur, het lagere beroepsniveau en het feit dat werknemers in de flexibele schil gemiddeld jonger zijn. Door de tijdelijkheid van de baan bestaat er een hogere uitkeringsafhankelijkheid.

Maar liefst een derde van alle werknemers die langdurig in de flexibele schil verblijven heeft een inkomen onder het voltijds minimumloon. Voor werknemers met een vaste baan is dat bij 'slechts' 17 procent het geval.

Flexibele schil

De zogenaamde ‘flexibele schil’ bestaat uit relatief veel vrouwen, jongeren, lager opgeleiden en allochtonen.

Zij wonen vaker in minder goede wijken en werken vaker bij grotere bedrijven. De kans dat werknemers in tijdelijke en flexibele banen langer dan drie jaar in de flexibele schil van de arbeidsmarkt verblijven ligt gemiddeld op 15 procent.

Die kans is relatief groot voor mannen, ouderen, gehuwden, niet-westerse allochtonen en werknemers met een relatief hoog inkomen, werkzaam in kleinere bedrijven en in economisch minder gunstige tijden.