UTRECHT - Universitair geschoolden uit een arbeidersgezin maken moeilijk carrière. Zij beschikken vaak niet over de juiste netwerken en beheersen niet de sociale codes die gelden in bepaalde beroepsgroepen.

Dat blijkt uit onderzoek waarop bestuurswetenschapper Mick Matthys 16 april promoveert aan de Universiteit Utrecht.

Voor zijn onderzoek interviewde Matthys, zelf afkomstig uit een Vlaams arbeidersgezin, enkele tientallen academici, onder wie medici, politici, wetenschappers en managers in de publieke sector en het bedrijfsleven. Universitair geschoolden uit een arbeidersmilieu 'lopen in de buitenbocht', merkte een van de geïnterviewden op.

Kennis

Het gebrek aan kennis van de juiste taal en etiquette wreekt zich vooral in beroepsgroepen waarin diplomatieke vaardigheden een belangrijke rol spelen, bijvoorbeeld in de medische of juridische wereld.

Ook speelt het lage verwachtingspatroon dat zij van huis uit meekrijgen academici uit een overwegend laag geschoold milieu parten.

Matthys constateert dat academici van eenvoudige komaf enerzijds moeite hebben de aansluiting te vinden met hun studiegenoten en anderzijds een kloof zien ontstaan met hun ouders, familie en oude vrienden. Daardoor kunnen zij in een sociaal isolement terechtkomen, aldus de promovendus.

Slimme kinderen

Om te voorkomen dat talent verloren gaat, is het volgens Matthys belangrijk dat slimme kinderen uit lagere sociale milieus op school extra aandacht krijgen en gestimuleerd worden door te leren. Ook is het van belang dat studiebeurzen blijven bestaan, aldus de promovendus.