AMSTERDAM – Meer dan de helft van de voorschoolmedewerkers en medewerkers in de kinderopvang voldoet niet aan de vastgestelde minimumnorm voor de vaardigheden spreken, lezen of schrijven.

Dat is gebleken uit onderzoek van Folkert Kuiken, verbonden aan de UvA, in opdracht van de gemeente Amsterdam.

Het onderzoek naar taalvaardigheid is uitgevoerd onder ruim 700 voorschoolmedewerkers en medewerkers in de kinderopvang in Amsterdam.

Leestoets

In totaal hebben 723 medewerkers de spreektoets en 693 medewerkers de schrijf- en leestoets gemaakt. Van 655 medewerkers kunnen uitspraken worden gedaan over hun Nederlandse taalvaardigheid, omdat zij alle drie de toetsen hebben gemaakt.

Op basis van de verkregen resultaten van deze toetsen kan geconcludeerd worden dat meer dan de helft van alle medewerkers (53 procent) voor één of meer vaardigheden niet voldoet aan de bijbehorende vastgestelde taalnorm. Van de medewerkers haalt bijna 3 procent de taalnorm niet voor spreken, bijna 24 procent niet voor schrijven en bijna 47 procent voor lezen.

Enige plek

“Veel kinderen brengen een groot deel van de dag door op een kinderdagverblijf of op de voorschool. Vaak is dit de enige plek waar zij in aanraking komen met de Nederlandse taal", zegt Margreet de Vries, directeur van Stichting Lezen & Schrijven. "De voorschool en het kinderdagverblijf bieden dus een uitgelezen kans om taalachterstanden in een vroeg stadium te voorkomen."

Een effect dat valt of staat bij de taalvaardigheid van de medewerkers zelf. "De uitkomsten van dit onderzoek baren ons dus zorgen. Gemeenten kunnen en mogen dit niet laten liggen”, aldus De Vries.