AMSTERDAM – Sinds het begin van de eeuw is het aantal mensen met psychische klachten afgenomen: van 11 procent in 2001 naar 9 procent in 2008. De afname kwam vooral voor rekening van vrouwen, hun aandeel daalde van 14 naar 11 procent.

Wat verder opviel is dat mensen die wel worstelen met hun psychische gezondheid, verreweg het meest voorkomen onder arbeidsongeschikten en werklozen. Zo blijkt maandag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Het cijferorgaan berekende dat van de mensen met een slechtere psychische gezondheid 37 procent arbeidsongeschikt is. 19 procent is werkloos.

Klachten

Ter vergelijking: ruim 7 procent van de werkzame mensen maakt melding van psychische aandoeningen, onder studenten is dit bijna 10 procent. Ook huisvaders of huismoeders vallen in dit geval met 15 procent lager uit.

Bij psychische klachten valt in dit kader te denken aan zenuwachtig, neerslachtig, ongelukkig of onrustig zijn.

Fysiek

De fysieke gezondheid van werklozen en arbeidsongeschikten is ook vaak slechter: zij hebben vaker langdurige aandoeningen en ervaren hun algemene gezondheid slechter dan anderen.

Bij deze vergelijkingen is rekening gehouden met verschillen in leeftijd en geslacht.

Levensverwachting

Doordat de geestelijke gezondheid is verbeterd én de levensverwachting van mensen is toegenomen, neemt ook de levensverwachting in goede geestelijke gezondheid toe.

Een in 2008 geboren kind had een levensverwachting in goede geestelijke gezondheid van 74 jaar. Dat is vier jaar meer dan in 2001.