DEN HAAG - De afnemende werkgelegenheid gaat vooral ten koste van mensen met een flexibel werkverband. Van deze groep werknemers was in het derde kwartaal 5,5 procent werkloos in vergelijking met een kwartaal eerder.

In dezelfde periode een jaar eerder was dat nog 4,2 procent. Deze cijfers maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag bekend.

Flexwerkers tussen 25 tot 45 jaar lopen het meeste risico op werkloosheid. Van deze groep is tussen het tweede en derde kwartaal 7,1 procent zonder werk komen te zitten. In dezelfde periode een jaar eerder was dat nog 5,2 procent.

Jongeren

Jongeren met een flexibel dienstverband worden het minst vaak werkloos. Van de 15 tot 25-jarige flexibele werknemers was in het derde kwartaal 4,4 procent werkloos ten opzichte van het voorgaande kwartaal.

Jongeren met een flexibele aanstelling zijn vaak nog scholier of student met een bijbaan.

Vaste krachten

De vaste krachten zijn minder vaak werkloos dan flexwerkers. Van de 15- tot 65-jarigen met een vast dienstverband in het tweede kwartaal was slechts 1 procent drie maanden later werkloos.

Wel zitten de vaste krachten ook vaker zonder baan dan voorheen. In dezelfde periode een jaar eerder werd 0,5 procent van de vaste arbeidskrachten werkloos.