AMSTERDAM - Hoe meer partners buitenshuis werken, hoe minder succesvol ze zichzelf vinden in het combineren van werk en gezin. Ook een stap terug doen in werk of gezin en stresservaringen, kunnen de balans tussen werk en gezin verstoren.

Dat blijkt uit onderzoek van pedagoge Hilde Wierda-Boer naar hoe tweeverdieners werk binnen- en buitenshuis en opvoeding combineren. Ze promoveert op 14 december op dit onderwerp aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Het evenredig verdelen van taken was voor de ouders in dit onderzoek geen oplossing voor het wegnemen van het conflict. De sleutel tot het succes lag in de persoonlijke eigenschappen.

Emotioneel stabiele ouders, vaders met meer vrouwelijke eigenschappen en moeders met meer mannelijke eigenschappen waren het meest succesvol in het combineren van werk en gezin.

Factoren

Er is veel aandacht voor de arbeidsparticipatie van vrouwen, maar naar ervaringen van mannen die zorg en werk combineren wordt niet zo vaak gevraagd. Hilde Wierda-Boer onderzocht welke factoren een rol spelen in het meer of minder succesvol combineren van werk en gezin.

Daarvoor ondervroeg ze 276 tweeverdienerparen met kinderen in de leeftijd van 1 tot 12 jaar. Beide partners hadden een betaalde baan van minimaal 15 uur. De vrouwen in het onderzoek werkten gemiddeld 3 dagen, de mannen fulltime.

Traditioneel

In veel tweeverdienersgezinnen was de taakverdeling nog enigszins traditioneel: de vaders werkten meer buitenshuis, de moeders waren hoofdverantwoordelijk voor de taken thuis. Naarmate moeders meer uren buitenshuis werkten, hadden de vaders het gevoel dat de eisen uit het gezin botsten met verantwoordelijkheden op het werk. En moeders van wie de partner meer uren buitenshuis werkte, vonden zichzelf minder succesvol in het combineren van werk en gezin.

Wel signaleert de promovenda dat rolpatronen veranderen en mannen meer zorgtaken op zich nemen. Bijna een kwart van de vaders in dit onderzoek was dubbel belast: ze deden meer van het betaalde werk, en evenveel of meer van het huiswerk dan hun partner.

Stapje terug

Een stap terug doen op het werk (minder werken, promotie voorbij laten gaan) is niet van invloed op de mate waarin werk en privé botsen. Wel voelt die ouder zich minder succesvol in de combinatie werk en gezin, vooral als hij of zij parttime werkt.

Omgekeerd heeft een stap terug doen thuis vooral een negatief effect voor degene die fulltime buitenshuis werkt, meestal de vader. Zorgende en werkende vaders hebben er vaker dan hun werkende en zorgende ega’s last van wanneer ze gezinsverplichtingen niet kunnen nakomen vanwege afspraken op het werk.

Volgens Wierda-Boer heeft dat te maken met het feit dat de meeste vaders minder tijd in het gezin zijn dan hun partners. ‘Deze vaders vinden de gezinssfeer belangrijk. Omdat ze daar meestal al minder zijn, vinden ze het des te vervelender.’

Anderzijds vindt de onderzoekster het ook aannemelijk dat mannen druk ervaren uit de samenleving om te presteren in de thuisrol. Wanneer je in die rol dan een stap terug moet doen, komt dat extra hard aan.

Stabiliteit

Emotionele stabiliteit is een belangrijke eigenschap om met stress om te gaan, het werkt bufferend. Emotioneel stabiele vaders worden vooral behoed voor stress op het werk, terwijl emotioneel stabiele moeders daar in de opvoeding profijt van hebben. Wierda-Boer: ‘Je ziet dat de traditionele patronen hier nog doorsijpelen. Het traditionele zit er nog wel in, maar dat verandert. We zitten in een transitiefase.’

Voor het succesvol balanceren tussen werk en gezin is het nuttig over eigenschappen te beschikken die traditioneel toebehoren aan de andere sekse. Dat heeft te maken met de druk of wens om actief te zijn in andere domeinen: vrouwen om carrière te maken in het werk en vaders om voor hun kind te zorgen.

Opvoedingsstijl

Een conflict tussen werk en gezin kan uiteindelijk z’n doorslag hebben op opvoedingsstijl. Moeders die het idee hadden dat de eisen die op het werk gesteld worden botsen met de verplichtingen thuis, hadden meer last van opvoedingsstress en waren meer geneigd tot autoritair en permissief opvoedingsgedrag.

De onderzochte gezinnen, merendeels hoger opgeleid en behorend tot de sociaal economische middenklasse, deden het verbazingwekkend goed, constateert Hilde Wierda-Boer. "Ondanks het drukke leven en de stress tussen werk en thuis en omgekeerd, ervoeren de meesten relatief weinig conflict tussen werk en gezin. De meerdere rollen die de partners vervullen (opvoeder, werknemer, collega, etc) zien ze als een verrijking. Het geeft meer kans op succes, op voldoening, meer toegang tot hulpbronnen en netwerken", zo laat ze weten.