AMSTERDAM – De economische crisis pakt op de verschillende opleidingsniveaus anders uit. Met name academici en ongeschoolden krijgen het de komende vijf jaar moeilijk op de arbeidsmarkt.  

Voor degenen die met een hbo-diploma op de arbeidsmarkt instromen zijn de perspectieven het best, ondanks de dalende werkgelegenheid en de mogelijke verdringing door wo’ers.

Dat blijkt uit het vandaag verschenen rapport ‘De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2014’ van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Universiteit Maastricht.

Populariteit van opleidingen

De minder goede arbeidsmarktperspectieven voor academici zijn mede te wijten aan de grote populariteit van universitaire opleidingen gedurende de laatste jaren. Dit heeft tot gevolg dat de arbeidsmarktinstroom van wo’ers de komende jaren relatief hoog is, terwijl het aantal baanopeningen hierbij achterblijft.

Het goede arbeidsmarktperspectief van hbo-afgestudeerden is vooral toe te schrijven aan de hoge vervangingsvraag (doordat personeel vertrekt) die de arbeidsmarktinstroom van hbo’ers ruimschoots overtreft.

Door de relatief hoge vervangingsvraag zijn ook op lager en middelbaar niveau de gemiddelde vooruitzichten van schoolverlaters enigszins beter dan voor academici.

Hersteld

In 2013 zullen er naar verwachting 220.000 personen minder aan het werk zijn dan in 2008. Dat betekent dat de werkgelegenheid in 2013 nog niet hersteld zal zijn van de zware economische crisis die de Nederlandse economie raakte vanaf het vierde kwartaal van 2008. De komende jaren zal de werkgelegenheid afnemen in vrijwel alle sectoren.

De werkgelegenheidsprognoses tot 2014 zijn met meer onzekerheid dan anders omgeven, vooral omdat onzeker is hoe het herstel na 2010 zal verlopen.

Verslechtering

Tot 2014 treedt een verslechtering op van de algehele arbeidsmarktsituatie van schoolverlaters. Vooral ongeschoolden zullen nog moeilijk aan werk komen.

Voor de lager opgeleiden die wel een diploma hebben vallen de gevolgen mee. Dit komt mede doordat er veel vraag is naar lager opgeleiden in zorg en welzijn (grote uitbreidingsvraag), in de dienstverlening (door groot verloop), en in de techniek (na herstel van de conjunctuur).

Vervangingsvraag

De vooruitzichten zijn vooral goed voor de mbo-, hbo- en wo-opleidingen die zich richten op de gezondheidszorg. Ook voor hbo-onderwijs en hbo-economie zijn de vooruitzichten over het algemeen goed, hoofdzakelijk door de vrij grote vervangingsvraag.

Voor afgestudeerden van wo-techniek en wo-economie en recht worden daarentegen matige arbeidsmarktperspectieven verwacht. Uitzonderingen binnen deze opleidingscategorieën
zijn wo-werktuigbouwkunde en wo-accountancy en belastingen, waarvoor vanwege de hoge vervangingsvraag ten opzichte van de arbeidsmarktinstroom wel goede perspectieven worden verwacht.

Kleiner

Voor werkgevers zullen de knelpunten in de personeelsvoorziening in de periode tot 2014 kleiner zijn dan in de afgelopen jaren. De knelpunten blijven echter groot voor de opleidingen en beroepen in onderwijs en zorg.

Ook in veel lagere verzorgende en dienstverlenende beroepen ontstaan er grote knelpunten door de toename van de werkgelegenheid in zorg en welzijn en het grote verloop aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

Op de middellange termijn worden ook grote knelpunten verwacht in veel lagere en middelbare technische en industrieberoepen. De knelpunten in de personeelsvoorziening vallen echter mee voor de technische en industrieberoepen op hoger niveau.

Studiekiezers

Het onderzoek is erop gericht studiekiezers voor te lichten over de toekomstige kansen op de arbeidsmarkt. ROA maakt hiervoor onder meer gebruik van data afkomstig van het CBS, het CPB, de ministeries en van eigen modellen. 

Voor het volledige onderzoeksrapport en uitleg van de gebruikte methodieken, klik hier. (PFD)