AMSTERDAM - Van de werkende moeders met baby ziet veertig procent zich genoodzaakt om te kolven in een ongeschikte ruimte, zoals een kopieerhok. Dat blijkt uit onderzoek van de FNV dat maandag bekend werd gemaakt in het kader van de Wereld Borstvoeding Week.

"Nu kolf ik in een vergaderzaal, bij mijn eerste kind in de archiefruimte en later in de auto omdat ik toen buiten werkte", luidt een van de reacties van kolvende moeders die de enquête invulden.

De situatie voor kolvende moeders is er de afgelopen jaren niet beter op geworden. In 2006 lag het percentage ook op veertig procent.

"Op dit punt is dus geen verbetering zichtbaar", stelt adviseur arbeidsvoorwaarden van FNV Bondgenoten Andrée Ruiters. "We moeten dus blijven hameren op het belang van een goede kolfruimte voor deze vrouwen."

Borstvoeding

Het merendeel, 72 procent, van de werkende moeders met een baby geeft borstvoeding. Hiervan kolft meer dan de helft op het werk en 41 procent heeft beschikking over een goede kolfplek.

Dit is een ruimte waar de vrouw ongestoord kan kolven en beschikt over een koelkast om de moedermelk te bewaren en waar water aanwezig is.

Onbegrip

Uit het onderzoek blijkt verder dat een vijfde van de moeders voortijdig is gestopt met kolven vanwege de werkdruk en onbegrip van collega's. "Helaas is het in veel organisaties nog niet zo dat er rekening wordt gehouden met de wens van vrouwen om te kolven", reageert Ruiters.

Zij wijst erop dat wettelijk is vastgelegd dat vrouwen maximaal een kwart van hun werktijd mogen besteden aan het voeden van kun kind of aan kolven. Dit recht geldt voor de eerste negen maanden na de bevalling.