DEN HAAG - Vorig jaar lag de gemiddelde leeftijd van de Nederlandse werknemer op 40,3 jaar. In 2001 was dit met 38,3 jaar nog twee jaar lager. Dat meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag.

De stijging is volgens het CBS toe te schrijven aan de toename van het aantal ouderen en van hun arbeidsdeelname.

Het aandeel 55- tot 65-jarigen dat werkt, steeg tussen 2001 en 2008 van 34 procent naar 45 procent.

In het onderwijs ligt de gemiddelde leeftijd van de werkzame beroepsbevolking met bijna 44 jaar het hoogst; in de horeca met nog geen 35 jaar het laagst.

Oost-Europeanen

Het CBS meldt verder dat de groei van het aantal werknemers uit Oost-Europese lidstaten van de EU die in Nederland komen werken, in het tweede kwartaal van dit jaar bijna tot stilstand is gekomen.

In juni telde Nederland 104.000 werknemers uit Oost-Europese lidstaten, bijna evenveel als een jaar eerder. Dat meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag.

In de periode van juni 2007 tot juni 2008 liep het aantal werknemers op jaarbasis nog met ruim 40.000 op.

Vooral in 2007 liep het aantal werknemers in Nederland afkomstig uit Oost-Europese lidstaten van de EU flink op.

Dat kwam doordat de grenzen op 1 mei van dat jaar opengingen voor werknemers uit landen die in 2004 lid werden van de Europese Unie. "Ook de gunstige conjunctuur speelde een rol", aldus het CBS.