Maandag is het precies twintig jaar geleden dat astronauten voor het eerst hun intrek namen in het internationale ruimtestation ISS. Sindsdien is het station altijd bewoond geweest. Astronaut André Kuipers vertelt in gesprek met NU.nl hoe het leven daar is: "Je kunt er zeker weleens verdwalen. Soms ben je in een cabine en weet je even niet of je naar het plafond of naar de vloer kijkt."

In twintig jaar tijd is het station enorm gegroeid. Tegenwoordig is het hele station ongeveer even groot als een voetbalveld (109 meter lang en 73 meter breed).

Tijdens de eerste vlucht van Kuipers in 2004 was het station ongeveer half zo groot als het nu is. Zeven jaar later kwam hij er terug en waren er weer een heleboel onderdelen aan gebouwd. "Je moet je weleens even opnieuw oriënteren", vertelt hij. Zo zijn er in het ISS modulen met openingen naar links, rechts, boven en onder. Dat kan volgens de astronaut verwarrend zijn: "Je kunt er zeker weleens verdwalen."

Kuipers dacht soms dat hij in een deel terecht was gekomen waar hij nog nooit geweest was, omdat hij het totaal niet herkende. "Dan vroeg ik me af waarom er lampen op de vloer zaten, maar dan bleek ik via het plafond binnen te zijn gekomen."

ISS in het kort

  • Eerste onderdelen werden gelanceerd in 1998
  • Eerste bemanning kwam in 2000 aan boord
  • Eerste Nederlander in ISS was André Kuipers in 2004
  • Station wordt gebruikt als laboratorium voor wetenschappers wereldwijd
  • Canada, Japan, Rusland, de Verenigde Staten en de lidstaten van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA werken samen aan ISS

Station dient als vliegend laboratorium

Het station, dat met 28.000 kilometer per uur op 400 kilometer hoogte rond de aarde draait, dient als vliegend laboratorium en wordt gebruikt voor allerlei wetenschappelijke experimenten en observaties van de aarde en het heelal. "We doen er bijvoorbeeld allerlei experimenten waarvoor je gewichtsloosheid nodig hebt", vertelt Kuipers.

De ene keer is dat onderzoek naar hoe het lichaam werkt of verandert in de ruimte, de andere keer wil een bedrijf of instituut weten of problemen in een object door het effect van zwaartekracht worden veroorzaakt.

Het internationale ruimtestation in de huidige vorm. (Foto: NASA)

Astronauten zijn handen en ogen voor mensen op aarde

In het station fungeren astronauten als de handen en ogen van wetenschappers en ingenieurs op de aarde. "In het begin van de opleiding vroeg ik me af of ik alles wel kon onthouden", zegt Kuipers. "Soms train je namelijk voor iets wat je pas drie jaar later doet."

De grootste angst van een astronaut is dan ook om een grote fout te maken waardoor bijvoorbeeld een experiment mislukt. "Je wil niet dat een investering die zo veel tijd, energie en geld gekost heeft fout gaat door jou", legt hij uit.

André Kuipers met zijn collega's Don Pettit en Oleg Kononeko tijdens een training in een ISS-replica. (Foto: ESA/S. Corvaja, 2011)

Verblijf in ISS heeft een bigbrothergevoel

Om astronauten altijd te kunnen ondersteunen bij hun werk, hangen er overal in het ruimtestation camera's en kijkt de missieleiding bijna constant mee. Ondanks de jarenlange training had Kuipers zich naar eigen zeggen niet voorbereid op constant bekeken worden.

"Dat bigbrothergevoel viel mij echt op. Je zit daar in een soort glazen huis." Hoewel het fijn kan zijn dat mensen je kunnen helpen, kon het volgens Kuipers ook lastig zijn dat iedereen altijd meekeek. Dat kon hij weleens vergeten.

"Ik zweefde een keer door het Amerikaanse laboratorium en ging mijn neefje bellen via de satelliet. Hij zei toen dat hij me net had gezien. Ik vroeg toen op welk tv-programma, maar het was live op internet. NASA streamt af en toe live op zijn website. De hele wereld kan dan meekijken en daar moet je soms echt aan wennen." 's Avonds gaan die camera's wel uit.

Astronauten in ISS tonen wat ze met Kerst gaan eten
64
Astronauten in ISS tonen wat ze met Kerst gaan eten

Ook werken in de ruimte went

Ondanks het adembenemende uitzicht op aarde, het rondzweven in gewichtsloosheid en de vele camera's raken ook astronauten gewend aan de situatie.

"Het is natuurlijk gewoon je werk", vertelt Kuipers. De meeste werkdagen duren veertien uur en zijn helemaal volgepland. "Voor de buitenwereld is het avontuurlijk en mooi, maar aan boord raak je soms gewoon geïrriteerd als iets niet werkt."

Om weer dat magische gevoel van de ruimte op te roepen, keek Kuipers ruimtevaartfilms en -documentaires. "Als ik dan een documentaire keek over de ruimtevaart, met van die toepasselijke muziek, dan dacht ik: wow, dit is te gek, en dan realiseerde ik me: o, dat ben ik nu aan het doen!"