Een pandemie, massademonstraties tegen politiegeweld, een ongekend harde verkiezingsstrijd, en nu een besmette president; de campagne in de aanloop naar de Amerikaanse verkiezingen op 3 november is lastig te vergelijken met voorgaande races. Wat zijn de meest besproken bedreigingen voor een ordentelijke stembusgang en hoe reëel zijn ze?

Verkiezingsfraude

President Donald Trump voorspelde dinsdag, tijdens het eerste debat tegen zijn tegenstander Joe Biden, dat stemmen per post - populairder dan ooit door de coronacrisis - zal leiden tot oneerlijke verkiezingen. "Dit wordt fraude, zoals je die nog nooit hebt gezien", zei hij.

Nieuw was dat sentiment niet: Trump houdt vol dat hij in 2016 landelijk de meeste stemmen kreeg. De voorsprong van zijn rivaal Hillary Clinton, 3 miljoen stemmen, was volgens hem te danken aan fraude door de Democraten.

Over de huidige stembusgang zegt de president wederom dat hij die alleen kan verliezen als zijn tegenstanders zich opnieuw schuldig maken aan grootschalig gesjoemel. Volgens Trump zijn er talloze voorbeelden van verkiezingsfraude, uit het verleden én uit het heden. Hij noemde tijdens het debat met Biden een flinke reeks.

Factcheckers van verschillende media en persbureaus, zoals CNN en AP, stelden na afloop vast dat die allemaal fout of misleidend waren. De president noemde bijvoorbeeld een recente controverse rond een Democratische voorverkiezing in New York, maar die draaide om stembiljetten die werden afgewezen wegens fouten (zoals ontbrekende handtekeningen of poststempels), niet om fraude. Zijn "postbodes die stembiljetten verkopen" in West-Virginia was een verwijzing naar een zaak waarin één postbode acht aanvragen voor stembiljetten wijzigde (ten faveure van de Republikeinse Partij en naar eigen zeggen als grap).

Verkiezingsfraude is bijzonder zeldzaam in de VS. Dat geldt zowel voor stemmen op locatie als per post. Het maakt ook weinig uit of kiezers hun stembiljet moeten aanvragen of die automatisch krijgen toegestuurd: in vijf staten waar die tweede methode al jaren exclusief wordt gebruikt zijn amper gevallen van fraude bekend.

In een groot onderzoek door The Washington Post werden 31 geloofwaardige mogelijke gevallen geïdentificeerd tussen 2000 en 2014, op een miljard uitgebrachte stemmen. De universiteit van Arizona concludeerde op basis van een eigen studie dat gemiddeld ongeveer één op de 15 miljoen kiezers zich schuldig maakt aan fraude en de progressieve denktank Brennan Center for Justice rekende voor dat een Amerikaan meer kans heeft te worden getroffen door bliksem.

Kiezers staan in de rij bij een stembureau in Milwaukee tijdens de voorverkiezingen in april. (Foto: ANP)

Verkiezingschaos

De voorverkiezing die in de soep liep in New York was een slecht voorbeeld van verkiezingsfraude, maar een uitstekende casus voor de logistieke problemen die zich kunnen voordoen op 3 november.

De coronacrisis brengt enorme uitdagingen met zich mee: van het verzekeren van de veiligheid en hygiëne in stembureaus tot een explosieve groei van stemmen per post, vaak in staten waar dat zo gebruikelijk was. Dat leidde afgelopen lente niet alleen in New York, maar ook op veel andere plekken tot lange rijen bij het kleine aantal geopende kieslokalen en flinke vertragingen bij het tellen van de stemmen.

Medio augustus publiceerde Pew Research Center een peiling, waarin 49 procent van de respondenten zei obstakels te verwachten bij hun stembusgang.

Deskundigen zeggen dat het onwaarschijnlijk is dat we in de nacht van 3 op 4 november al weten wie de winnaar is, tenzij Biden een enorme zegetocht boekt. Bij een nauwere race bestaat de kans dat president Trump aanvankelijk een voorsprong opbouwt: Democratische kiezers stemmen vaker per post dan Republikeinen, en het tellen van die stemmen zou dagen of zelfs weken kunnen duren.

Omdat Trump volhoudt dat hij de verkiezingen alleen kan verliezen als die oneerlijk zijn, en hij weigert te beloven dat hij zal wachten tot alle stemmen zijn geteld, wordt gevreesd dat hij in zo'n scenario zal proberen de overwinning te claimen en het tellen van de overige stemmen te laten stilleggen.

Daar is een precedent voor: in 2000 was de marge tussen Al Gore en George W. Bush in Florida zo klein (enkele honderden stemmen), dat er tot twee weken na de verkiezingsdag werd gesteggeld over hertellingen. Tientallen Republikeinse partijmedewerkers bestormden de locatie in Miami waar een belangrijke hertelling plaatsvond, die volgens hen frauduleus verliep. Die 'Brooks Brothers-rel', vernoemd naar het merk van de blazers die de meesten van hen droegen, leverde Bush uiteindelijk de overwinning op.

Uiteraard kan de coronabesmetting van de president ook voor dramatische ontwikkelingen zorgen. Mocht hij ernstig ziek worden, dan kan de Republikeinse Partij besluiten een andere kandidaat naar voren te schuiven. Dat hoeft niet per se running mate en vicepresident Mike Pence te zijn.

De kans dat de verkiezingen door de ziekte van Trump worden uitgesteld is nihil. Volgens de Amerikaanse grondwet loopt zijn termijn onherroepelijk af op 20 januari om 12.00 uur. Om de grondwet te wijzigen, zijn tweederdemeerderheden in zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat én goedkeuring van twee derde van de staten nodig.

Brandweerlieden blussen een brandje tijdens een BLM-demonstratie in Portland. (Foto: ANP)

Politiek geweld

Als het gaat over het risico op grootschalig politiek geweld in de nasleep van de verkiezingen, dringt het recente verleden zich op. Tijdens de protestgolf na de dood van George Floyd vonden incidenten van vandalisme, plundering en (soms dodelijk) geweld plaats, die breed werden uitgemeten in de media.

Aan de rechterkant van het politieke spectrum werden die onlusten afgeschilderd in apocalyptische termen. President Trump maakte ze tot een belangrijk thema van zijn campagne. Hij beschuldigt Democratische burgemeesters ervan extreemlinkse anarchisten ruim baan te geven en zegt dat zijn rivaal Biden ook de buitenwijken tot wetteloze oorlogsgebieden zal maken. "You won't be safe in Joe Biden's America", luidt een van zijn campagneslogans.

Uit cijfers van de niet-gouvernementele organisatie Armed Conflict Location & Event Data Project (ACLED), die data over internationale crises verzamelt en analyseert, blijkt dat 95 procent van de 12.607 politieke demonstraties in de VS tussen 24 mei en 19 september vreedzaam verliep. Dat omvat zowel BLM-protesten als demonstraties tegen coronamaatregelen.

Als het toch tot geweld kwam, was dat relatief zelden dodelijk: van de 15 tot 25 miljoen Amerikanen die in deze periode de straat opgingen, moesten enkele tientallen dat met de dood bekopen (inclusief tegendemonstranten en agenten). Als de omvang van de betogingen, de aanwezigheid van provocateurs en vuurwapens en de diepe politieke verdeeldheid in de VS in aanmerking worden genomen, is dat dodental opvallend bescheiden.

Hoewel de cijfers erop duiden dat Amerikanen niet snel verzanden in grootschalig politiek geweld, waarschuwden de ACLED-onderzoekers vorige maand in een rapport wel dat de kans reëel is dat de verkiezingen gepaard zullen gaan met geweldsincidenten, zeker als een periode van politieke onzekerheid volgt.