Tadej Pogacar wordt maandag pas 22, maar toch mag hij zich vanaf zondag al officieel Tour de France-winnaar noemen. Het Sloveense toptalent is een van de exponenten van de nieuwe generatie wielrenners, die niet meer rustig wacht op zijn kans, maar al op jonge leeftijd met de top meedoet.

Alexander Kristoff leek na de eerste etappe in Nice direct te beseffen dat hij een voor deze Tour zeer bijzondere prestatie had neergezet. "Ik ben 33, heb vier kinderen en toch heb ik gewonnen in de grootste wielerkoers ter wereld."

Het geeft de oudere renner nog wat hoop, want het is vooral de jeugd die opvalt in Frankrijk. Met zijn dertig jaar is Primoz Roglic tot nu toe naast Kristoff en Michal Kwiatkowski de enige dertiger met een etappeoverwinning. Daniel Martínez (24), Lennard Kämna (24), Wout van Aert (26), Nans Peters (26), Marc Hirschi (22), Søren Kragh Andersen (26), Caleb Ewan (26), maar vooral de 21-jarige Pogacar weerlegden de afgelopen 2,5 week het idee dat ervaring en taaiheid het belangrijkst zijn in het wielrennen.

"In het nieuwe wielrennen zijn jonge renners al zó goed voorbereid op het profleven, ze weten bijna alles al als ze in het peloton komen. Ze moeten misschien nog wat ervaring opdoen, maar verder zijn ze nergens bang voor", zegt Marco Marcato.

De 36-jarige Italiaan van UAE Team Emirates is een mentor voor zijn vijftien jaar jongere ploegmaat Pogacar, al benadrukt hij dat dat niet een heel zware baan is. "Ik heb al heel veel koersen gezien, dus ik probeer wat van mijn ervaringen door te geven aan Tadej", lacht Marcato. "Maar hij is heel volwassen voor zijn leeftijd en heel, heel goed opgeleid, ook voor een koers van drie weken."

Tadej Pogacar is negen jaar jonger dan Primoz Roglic. (Foto: Pro Shots)

Nieuwe generatie renners sluit niet achteraan de rij aan

Als doorsnee jonge twintiger wist je nog niet zo heel lang geleden al wat je te wachten stond als je profrenner werd: je moest eerst een paar jaar op kop rijden voor en leren van je oudere teamgenoten en daarna mocht je eens voorzichtig gaan informeren of je ook een keer voor je eigen kans mocht gaan.

"Dat is nu niet meer zo", zegt sportief directeur Merijn Zeeman van Jumbo-Visma, dat vorige maand nog het pas achttienjarige sprinttalent Olav Kooij vastlegde voor volgend seizoen. "Nu doet een jonge renner in de winter wat fysieke testen en wordt het meteen duidelijk dat hij een grote motor heeft. Combineer dat met zelfvertrouwen en ze kunnen er meteen staan in koersen."

"Pogacar en ook Remco Evenepoel (het twintigjarige toptalent uit België, red.) zijn hier een voorbeeld van", vervolgt Zeeman. "Die gaan echt niet wachten totdat een oudere renner zegt: nu is het jouw beurt. Zij voelen namelijk dat ze al het niveau hebben om mee te doen met de top. Dat is tekenend voor deze generatie; ze gaan niet achteraan in de rij aansluiten, maar willen het nú goed doen."

Tadej Pogacar won deze Tour drie ritten. (Foto: Pro Shots)

'Trainingsmethodes zijn heel erg veranderd'

Jonge (top)renners kunnen tegenwoordig door technologische ontwikkelingen bovendien al veel eerder ontdekt worden door profploegen. "De trainingsmethodes zijn heel erg veranderd in het wielrennen", zegt Marcato, die zijn loopbaan begon in 2005. "Nu train je als je zestien of zeventien bent al met een wattage- en een hartslagmeter en je ondergaat inspanningstesten. Je werkt kortom al als een prof."

Inspanningstesten en wattagemeters geven ploegen een simpele en objectieve manier om potentiële aanwinsten te scouten. "Tot een jaar of tien geleden ging het bij de scouting alleen maar om resultaten", zegt Aike Visbeek, die jarenlang ploegleider was bij Sunweb en nu teammanager is van de grote opleidingsploeg SEG Racing Academy. "Daardoor miste je al gauw talenten met een grote motor maar met nog weinig koerservaring. Door de powermeters komen die renners nu wél direct bovendrijven."

Volgens Zeeman zorgt de professionelere begeleiding van talenten er bovendien voor dat al op jonge leeftijd duidelijk wordt of een renner bereid is om als een echte prof te leven. "Jongens als Pogacar en Evenepoel zijn al veel jonger dan de vorige generatie in aanraking gekomen met wat je moet doen om een toprenner te worden. En dat is ontzettend veeleisend, het is niet voor iedereen weggelegd om vier weken op een berg te zitten voor een hoogtestage. Het is een heel specifieke groep jongens die dat kan opbrengen."

Pogacar kan dat en daardoor zal hij zondag na de slotetappe naar Parijs gekroond worden als de op één na jongste Tour-winnaar ooit. "Maar daarna volgt nog een grote uitdaging", aldus Zeeman. "Want kun je ook stabiel blijven als je zo jong al zo goed bent, en zoveel aandacht krijgt en veel geld verdient? Dat moeten we nog afwachten met deze generatie jonge toprenners: gaan ze vijf jaar lang structureel meedoen met de top?"

Stel je vraag