Een militaire staatsgreep maakte deze week een einde aan de regering van de Malinese president Ibrahim Boubacar Keïta. Ondanks buitenlandse militaire steun, waaronder van Nederland, wist hij de stabiliteit van het land niet te verbeteren. De coupplegers zeggen de Malinese democratie te willen redden van de ondergang. Dat Mali redding nodig heeft is onmiskenbaar, maar zijn hun beloftes oprecht?

"Getuigen melden schoten te hebben gehoord bij Kati!" Zo luidden de eerste berichten die dinsdagmiddag op Twitter verschenen. Burgers plaatsten foto's van gewapende soldaten die wegafzettingen opwierpen. Er werden legertrucks gezien op de weg. Welke weg? Die naar Bamako natuurlijk. De geoefende Malinese toehoorder wist genoeg. Muiterij.

Kati is een garnizoensstadje, 15 kilometer buiten de hoofdstad. Acht jaar geleden begon daar een staatsgreep tegen president Amadou Toumani Touré, na maanden van massaprotesten. Hij had in 1991 de militaire coup geleid die een einde maakte aan het bewind van dictator Moussa Traoré, die op zijn beurt aan de macht was gekomen na een coup in 1968.

Touré ruimde het veld en werd in 2013 opgevolgd door Ibrahim Boubacar Keïta, in brede kringen bekend als IBK. Hij behaalde een enorme verkiezingsoverwinning met twee beloftes: een einde aan de jihadistische opstand die een jaar eerder was uitgebroken in het noorden en "zero tolerance" voor de corruptie die bijna spreekwoordelijk was verweven met de regering van zijn voorganger. Militaire coups, zwoer Keïta destijds, zijn iets van het verleden.

Ibrahim Boubacar Keita werd in 2013 verkozen tot president en herkozen in 2018. (Foto: Reuters)

President: 'Heb ik wel echt een keuze?'

De president verscheen dinsdagavond op de staatstelevisie. Zwaarbewapende soldaten hadden eerder op de dag een cordon rond zijn woning in Bamako gelegd. Niet om de toegesnelde menigte toeschouwers te weren, maar om hem binnen te houden. Keïta en zijn premier Boubou Cissé werden gearresteerd. De camera wachtte op hem in Kati.

Een zichtbaar aangeslagen Keïta legde zijn ambt neer en ontbond het parlement. "Heb ik wel echt een keuze, nu sommige elementen binnen het leger hebben besloten tot deze ingreep?", vroeg hij vanachter een mondkapje. "Want ik wil niet dat er bloed wordt vergoten, zodat ik mijn werk kan voortzetten."

Een dag later zeiden vijf leden van de junta - die zichzelf het Nationaal Comité voor de Redding van het Volk noemt - dat ze wilden voorkomen dat het land verder wegzakte in anarchie. Hun plan is "op redelijke termijn" nieuwe verkiezingen te houden en de burgerregering te herstellen. Er moet een transitieperiode komen, in samenspraak met de politieke oppositie.

Staatsgreep in Mali is pijnlijk blauw oog voor Frankrijk en de peacekeepers van de VN

De Franse regering liet weten dat haar vijfduizend troepen hun operaties tegen extremistische strijders in Noord- en Oost-Mali blijven uitvoeren. Analisten zeggen dat Parijs momenteel weinig keus heeft, omdat er al stevig militair en politiek is geïnvesteerd in Mali: het moet de coup veroordelen, maar de deur openhouden voor samenwerking met nieuwe machthebbers.

Alleen fundamentalistische groeperingen hebben er baat bij als de zwakke Malinese staat helemaal instort en een machtsvacuüm achterlaat. Het zou de enorme en uitgestrekte Sahel-regio nog verder destabiliseren, de humanitaire crises die er heersen verergeren en de vluchtelingenstromen doen zwellen.

Frankrijk redde Keïta in 2013, aan het begin van zijn eerste termijn. Een jaar eerder was een opstand uitgebroken onder separatistische Toearegs in het noorden, die al snel werd gekaapt door jihadisten. Franse militairen drongen die tijdelijk terug. Ook daarna bleven de Fransen nadrukkelijk aanwezig in het land, samen met een 12.000-koppige VN-vredesmacht, waaraan Nederland tot 2019 deelnam, en een EU-trainingsmissie. In 2015 werd een vredesakkoord gesloten met de Toearegs.

Het lijkt allemaal niet veel te hebben geholpen, want het geweld laait weer flink op in Noord- en Oost-Mali. Tijdens de eerste helft van dit jaar kwamen meer dan 1.800 mensen om het leven bij gevechten en aanslagen, bijna net zoveel als in heel 2019.

De internationale veroordelingen van de staatsgreep volgden elkaar snel op. De VN, EU en ECOWAS, de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten, riepen de coupplegers op Keïta vrij te laten en zijn regering in ere te herstellen. Buurlanden zoals Ivoorkust en Burkina Faso maken zich zorgen dat militairen in eigen land op ideeën worden gebracht als de Malinese coup enige legitimiteit krijgt.

Maandenlange protesten gingen vooraf aan coup

De staatsgreep kwam, net als die van 2012, niet vanuit het niets. Veel Malinezen zijn al lang ontevreden over hoe hun land wordt geleid. De greep van de Malinese staat op het land is bijzonder zwak. Leden van de zuidelijke elite voeren de boventoon, een pijnpunt voor het armere en vaak achtergestelde noorden.

De president en zijn regering zijn er bovendien niet in geslaagd het geweld tussen jihadistische groeperingen en etnische milities in te dammen. Critici zeggen dat de huidige bestuurders minstens zo corrupt zijn als hun voorgangers en financieel profijt trekken uit het oorlogsgeweld. Het Malinese leger is regelmatig medeplichtig aan massaslachtingen, zeggen mensenrechtenorganisaties.

De instabiliteit heeft zich ook verplaatst naar buurlanden in de Sahel-regio, zoals Burkina Faso en Niger. Het eerstgenoemde land gold onder de in 2014 afgezette dictator Blaise Compaoré als straatarm, maar stabiel - een uitzondering in West-Afrika. Nu heeft geweld zeker een miljoen Burkinabé op de vlucht doen slaan, meldde de vluchtelingenorganisatie van de VN afgelopen woensdag. Vorig jaar kwamen in de hele Sahel-regio zeker vierduizend mensen om het leven door conflict.

Een van de coupplegers staat buiten de woning van de afgezette Malinese president Ibrahim Boubacar Keita in Bamako. (Foto: Reuters)

Omstreden parlementsverkiezingen waren de druppel

De val van president IBK in Mali lijkt in een stroomversnelling te zijn geraakt door de gebeurtenissen rond de parlementsverkiezingen die in maart werden gehouden.

Een paar dagen voor de stembusgang werd oppositieleider Soumaila Cissé ontvoerd door gewapende mannen. Hij is nog steeds niet terecht. Na de verkiezingen besloot het grondwettelijk hof de uitslag voor 31 parlementszetels ongeldig te verklaren en gaf de meeste daarvan terug aan de partij van Keïta.

De oppositie riep op tot protesten, waaraan vooral jongere Malinezen massaal gehoor gaven. De protestbeweging wordt geleid door een invloedrijke salafistische imam, Mahmoud Dicko, die vurige preken tegen corruptie houdt. In het zicht van een falende staat, zoeken steeds meer mensen hun heil bij religieuze leiders zoals hij.

Het is nog onduidelijk of de imam en de militaire coupplegers met elkaar door één deur kunnen.

Nederlandse VN-militairen zitten op hun basis in Gao, Mali in 2015. Nederland was tot vorig jaar betrokken bij VN-vredesmissie Minusma. (Foto: Reuters)

Menen de coupplegers wat ze beloven?

Het afgelopen decennium in Mali heeft weer eens onderstreept dat buitenlandse interventie vaak beperkte resultaten oplevert. Westerse en andere internationale militaire steun, in mankracht en materieel, hebben niet geleid tot een stabieler Mali of een stabielere Sahel. Of de zieltogende Malinese democratie zal overleven, lijkt aan de Malinezen zelf te zijn.

Alle stevige internationale meningen over de staatsgreep ten spijt, doen nu eigenlijk maar twee vragen ertoe: menen de coupplegers hun belofte over een ordelijke terugkeer naar een democratische burgerregering, en zullen ze erin slagen imam Dicko en de rest van de oppositie mee te krijgen?