Eva Jinek keert maandag 17 augustus na drie maanden terug bij RTL 4 voor haar tweede seizoen Jinek bij de commerciële zender. Ze heeft haar plek gemist. "Als het aan mij ligt, werk ik twaalf maanden per jaar."

Toen je aan de slag ging bij RTL zei je over de concurrentie met Op1: 'Competitie tussen shows is altijd goed, ben ik voorstander van. Als ik maar win.' Je hebt avonden gewonnen, maar ook avonden niet. Hoe kijk je, na een pauze van drie maanden, voor het tweede seizoen tegen die uitspraak aan?

"Ik ben al 42 jaar zo. Ik wil nog steeds winnen. Dat gaat nooit veranderen. In de drie maanden dat ik vrij was ben ik ook niet veranderd. Ik ging ook gewoon fysiek naar m'n werk, dus ik heb ook geen nieuwe hobby’s ontwikkeld, of geklust in huis."

"Onlangs heb ik voor het eerst een Zoom-meeting gehad. Ik had er veel over gelezen, zelfs hoe je je telefoon of computer neer moet zetten zodat je geen onderkin hebt. Geweldig! Ik vond het best wel bizar. Maar ik ben dus niet veranderd, die uitspraak is vintage Jinek, en dat blijft helaas zo."

Waarom zeg je helaas?

"Nee, ja, dat is gewoon een beetje een grap. Ik heb nog nooit… Ik denk dat ongelofelijk veel mensen gaan voor een 10 op hun werk. Mensen die werken in het ziekenhuis gaan verder dan dat. Dus ik heb niet de illusie dat ik daarin anders ben. Het verschil is alleen dat heel veel mensen het bij mij zien. Dus daar zit een meekijkfactor in, waardoor ik nooit kan denken: ik merk wel wat er vandaag gebeurt. Daar past zo'n uitspraak in. Ik zal nooit een seizoen voor een 7 gaan."

“Ik ben altijd optimistisch en wil altijd door, maar ik heb toen wel gedacht: is dit waartoe ik op aarde ben?”

Die meekijkfactor zit ook in je beoordeling: iedereen heeft het erover hoe jij het gedaan hebt. Dat gesprek gaat, zeker in de media, minder over de inhoud en meer over de cijfers. Hoe ga je daarmee om?

"Ik zie het als een gegeven. De meeste mensen die hun werk doen, worden door collega's en hun leidinggevenden beoordeeld, dat is al heel heftig. De beoordeling van mijn werk, en dat zeg ik niet uit slachtofferschap want ik heb er zelf voor gekozen en I love it, maar de beoordeling is onderwerp van gesprek in heel Nederland. En iedere ochtend om 7.30 uur worden mijn rapportcijfers bekendgemaakt (dan publiceert Stichting KijkOnderzoek de kijkcijfers, red.). Dat is onderdeel van de wedstrijd. Als je bent zoals ik en je houdt van competitie, dan zoek je dit soort dingen op in je leven."

Bij de start van je latenighttalkshow bij de NPO ging het wekenlang over de bank. Hij was te groot, hij was te lomp: het was mis. Na acht weken besloot je dat die weg moest. Kijk je nu het tweede seizoen bij RTL voor de deur staat nog eens kritisch naar wat er anders moet?

"Natuurlijk. Met dit werk, met late night, blijf je leren en reflecteren, live op televisie. Dat kan niet achter de schermen. Anders zou ik, mij kennende, na tien jaar pas zeggen: ik geloof dat ik wel klaar ben voor een eerste uitzending live. Dat moment is er nooit. Dus je leert van het prille begin terwijl iedereen naar je kijkt. Dat kan verlammend werken, maar ook uitdagend en iets waarmee je om moet leren gaan."

"Ik probeerde me toen bij de NPO voor te bereiden, maar ik wist niet zo goed waaraan ik begon. Het team ook niet echt. Als je nu kijkt naar mijn team, is het een team dat jou van begin tot eind draagt. Dat was toen niet zo. Dat was heel eng en ook wel een beetje traumatisch. Ik ben altijd optimistisch en wil altijd door, maar ik heb toen wel gedacht: is dit waartoe ik op aarde ben? Moet ik hier wel mee door? Ik heb het toen echt moeilijk gehad."

Wat deed je besluiten dat dit het wel was?

"Ik denk dat ik het niet kon verdragen om zo weg te lopen van de wedstrijd, de wedstrijd met mezelf. Dat ik dan zo zou afdruipen, om er maar van af te zijn. Dat voelde als een nederlaag. Ik had het niet in de vingers, ik wist niet wat ik aan het doen was. Ik beheerste het gewoon nog niet. Om dan weg te lopen, zo aan het prille begin, was voor mij ondraaglijker dan ondanks alles er weer te gaan zitten. En ik ben mezelf heel dankbaar dat ik dat besluit heb genomen, daarom ben ik nu hier."

Bij RTL, waar jij en Beau van Erven Dorens keihard hebben moeten werken om de cijfers uit het slop van RTL Late Night te trekken. Dan lukt dat en plant RTL de hele zomer geen talkshow in en kijken er 180.000 mensen naar Gooische Vrouwen in de herhaling. Werd jij niet gek?

"Ja, in die zin dat ik altijd wil werken. Als het aan mij ligt, werk ik twaalf maanden per jaar. Maar dat kan natuurlijk niet. Ik heb het nu vier maanden achter elkaar gedaan en ik heb een kind van bijna twee jaar (zoon Pax, red.). Mijn voorkeur heeft altijd om door te gaan met latenighttalkshows, maar dat komt omdat ik vanuit de journalistieke informatiekant kijk."

Er gebeurde toch genoeg deze zomer...

"Dat zou je moeten checken, maar ik denk dat het een kwestie van geld is geweest. RTL is een commercieel bedrijf en zoals alle commerciële bedrijven hebben ze een enorme opdonder gekregen van het wegvallen van de adverteerdersmarkt. Omdat RTL niet van belastinggeld is gesubsidieerd, waar de stroom doorloopt, speelt er een andere dynamiek."

RTL laat in een reactie op de lege zomerprogrammering weten: "In de zomerperiode wordt er altijd al meer herhaald, ook op onze zenders en dit was ook op de late avond. Dit hebben we uiteraard ingecalculeerd. Dat was ook zonder corona al gebeurd vanwege het eventjaar met het EK en Olympische Spelen."

In de eerste aflevering begon je met acht mensen aan tafel, een studiovloer vol publiek. Je eindigde het seizoen met een lege studio en vier mensen aan tafel. Het gesprek aan tafel werd daar in mijn optiek beter van.

"Ik miste het publiek eerst heel erg. Ik weet nog dat ik een grap maakte en dat het doodstil bleef. Zó ongemakkelijk. Normaal wordt er geklapt, moet er altijd wel iemand lachen. Nu is het een zwart vacuüm. Het ongemak: aan het einde van het gesprek bedank je de gast en verwacht je applaus, maar komt er alleen maar een oorverdovende stilte. En dan moet je door naar het volgende."

"Maar toen ik dat eenmaal had geaccepteerd, merkte ik dat het makkelijker is me compleet te focussen op mijn gasten, omdat er niets omheen gebeurt. Het wordt heel intiem. Je hoeft geen rekening te houden met het publiek."

Komt het publiek ooit nog terug?

"Voorlopig zie ik dat nog niet gebeuren. Ik zou dat risico niet nemen, de mensen die aan tafel zitten, werken vaak ook in ziekenhuizen en hebben een belangrijke rol. Dat is te gevaarlijk nu, dat vind ik het niet waard."