Beursgenoteerde ondernemingen maken flinke verliezen over het tweede kwartaal bekend en dat komt zeker niet alleen doordat ze minder binnenkrijgen dan ze uitgeven. Bedrijven moeten het huishoudboekje op orde brengen en dat zorgt voor de dieprode cijfers onder de streep. Hoe werkt dat precies?

Boven de streep boeken bedrijven in deze periode honderden miljoenen tot vele miljarden af op de bezittingen en daar lijkt geen rem op te zitten.

"Net als met grote ontslagrondes komen bedrijven tijdens crises eerder weg met niet-reguliere afschrijvingen dan in economisch goede tijden", zegt hoogleraar Financial Accounting Jeroen Suijs van de Erasmus School of Economics. "Je kunt je ook voorstellen dat bedrijven nu afschrijven op onderdelen die toch al niet goed liepen."

Het is niet alleen zo dat bedrijven in crises makkelijker wegkomen met deze boekhoudkundige verliezen, ze moeten ook met de fijne kam door het huishoudboekje - de balans - gaan.

"Normaal gesproken kijken bedrijven aan het eind van het jaar of de waardes die in de boeken staan nog overeenkomen met de werkelijke waarde op dat moment. Maar bedrijven moeten dit ook doen wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn dat de werkelijke waarde van bezittingen lager kan zijn dan de boekwaarde. De coronacrisis is zo'n duidelijke aanwijzing."

Uiteindelijk zijn bezittingen gewoon minder waard

Onder andere Heineken, Shell en ING lieten weten dat het resultaat over de maanden april, mei en juni negatief beïnvloed is door boekhoudkundige afschrijvingen. Die hebben redelijk abstracte benamingen als impairments en voorzieningen of nog erger: impairments op goodwill.

Het zijn allemaal verschillende termen voor wat uiteindelijk op hetzelfde neerkomt: een waardevermindering van de bezittingen. "In die zin, dat het als bezitting op de balans van de onderneming staat", duidt Suijs. Ze komen tot stand op basis van zogenoemde impairmenttests die bedrijven hebben gedaan, weet Suijs. Maar er zijn zeker wel verschillen.

  • Heineken nam een impairment op goodwill van 550 miljoen euro, omdat buitenlandse bezittingen minder waard zijn geworden.
  • ING nam een voorziening van 1,3 miljard euro op leningen, omdat de bank verwacht niet al het uitgeleende geld terug te zien.
  • Shell nam een impairment van ruim 14 miljard euro als gevolg van de lagere marges, de door de pandemie afgenomen vraag en de algehele economische malaise die daaruit voortvloeit.

"Een bank kan bijvoorbeeld een afschrijving doen, omdat die verwacht uitgeleend geld niet meer terug te krijgen. Vooral bij zakelijke klanten gaat het vaak om grote bedragen en die klanten kunnen nu als gevolg van de coronacrisis in de problemen raken, waardoor ze een lening niet of niet helemaal kunnen terugbetalen."

Een lening van bijvoorbeeld 10 miljoen euro staat voor dat bedrag als bezitting op de balans - het huishoudboekje - van de bank. "Als de bank verwacht dat de klant maar 7 miljoen euro kan terugbetalen, dan moet die 3 miljoen euro afschrijven", verduidelijkt Suijs. Zo'n afschrijving wordt dan gebruikt om de zogenoemde stroppenpot te vullen.

Goodwill is een gok op winst

Afschrijvingen op goodwill zitten iets anders in elkaar en deze zijn ook aan de orde van de dag. "Stel, een bierbrouwer heeft een brouwerij gekocht met een boekwaarde van 500 miljoen euro, maar de brouwer betaalt er 700 miljoen euro voor. Het verschil, die 200 miljoen euro, is de goodwill en wordt als een bezitting op de balans vermeld." Je betaalt als het ware al voor de winst die je in de toekomst denkt te behalen dankzij de nieuwe aankoop.

Maar dan komt de coronacrisis en is alles ineens anders. "De brouwer dacht meer bier te kunnen verkopen, maar de biermarkt stort in", schetst Suijs. Daardoor wordt die veronderstelde toekomstige winst niet behaald en is het nog maar de vraag of je die goodwill van 200 miljoen terugverdient. De goodwill staat dan dus voor een te hoog bedrag op de balans.

In het extreemste geval zou de lokale brouwerij failliet kunnen gaan en is de bezitting in één klap waardeloos. "De tussenweg is dat de waarde - doordat er minder mee verdiend wordt - afneemt en je bijvoorbeeld 100 miljoen euro afschrijft op de goodwill."

Het eigen vermogen van het bedrijf neemt daarmee af en dat verlies moet je nemen. "En dat nemen bedrijven en masse in het tweede kwartaal", signaleert de hoogleraar.

Al het leed nu pakken en straks betere cijfers

Er bestaat ook nog zoiets als een 'gewone' impairment, zoals op productie-installaties. Zo kan bijvoorbeeld een oliemaatschappij een impairment nemen op een raffinaderij, omdat als gevolg van de crisis minder wordt betaald voor het product dat daar gemaakt wordt.

"De boekwaarde van de raffinaderij is daardoor ook te hoog ten opzichte van wat er nu mee verdiend kan worden." Mochten de productprijzen weer aantrekken, dan kan dit soort impairments eventueel weer worden teruggedraaid.

In normale tijden is een impairment geen goed nieuws. "Maar nu het toch crisis is, weet de markt wel dat bedrijven moeten afschrijven. En als je al het leed nu pakt, heb je in de toekomst minder kosten en kun je als het goed is weer betere cijfers presenteren", besluit Suijs.