Vier maanden geleden beleefde het coronavirus zijn piek in Nederland. De ziekenhuizen stroomden vol en er dreigde een tekort aan intensivecareplekken. De enorme klap voor de economie werd ook zichtbaar: het kabinet gaf geld uit als nooit tevoren om de schade te beperken. Hoe staat het er nu voor?

Eind maart was met stoom en kokend water een noodpakket uit de grond gestampt. De overheid ging een deel van de lonen betalen, ondernemers kregen een vergoeding en zzp'ers een uitkering. Dat was het begin.

Toch vreesden Coen Teulings, oud-directeur van het CPB en hoogleraar economie aan de Universiteit Utrecht, en Harald Benink, hoogleraar Banking & Finance aan Tilburg University, destijds geen moment dat de overheidsfinanciën dat niet aankonden.

Nederlands schuldpapier is extreem geliefd, zei Teulings. Aan geld voor steunmaatregelen dus geen gebrek. Ook Benink was ervan overtuigd dat de schatkist deze klap kon opvangen.

'Oplopen schuld geluk bij een ongeluk'

Inmiddels zijn we vele miljarden euro's verder. Er is een tweede noodpakket dat tot oktober loopt en er wordt gewerkt aan een derde bundel hulpmaatregelen. Intussen is het onduidelijk hoe het virus zich de komende tijd gedraagt. Her en der gaan gebieden in Europa weer op slot, met alle economische gevolgen van dien.

Toch maken beide hoogleraren zich nog steeds geen zorgen over de Nederlandse financiering van de noodhulp. "De schuld komt dit jaar iets boven de 60 procent van de omvang van de economie uit. Spanje en Italië zitten boven de 100 procent. Op dit moment staat de rekening op zo'n 100 miljard euro. Daar kan nog gemakkelijk 100 miljard euro bij", zegt Benink.

“Nederland kan nog eens 100 miljard euro extra uitgeven.”
Hoogleraar Harald Benink

Teulings noemt het oplopen van de schuld zelfs "een geluk bij een ongeluk". "Nederland, maar ook Duitsland, heeft eigenlijk een te lage staatsschuld. Het is dus geen enkel probleem dat die nu flink oploopt." De rente is laag en soms zelfs negatief, waardoor de overheid geld toe krijgt bij de uitgifte van leningen. Nederland verdient dus op schuld, zegt Teulings.

"Je moet niet systematisch meer geld uitgeven dan dat er binnenkomt. De staatsschuld als percentage van de omvang van de economie moet in balans zijn."

Volgens de Europese regels mag de staatsschuld van de lidstaten niet hoger dan 60 procent van de economie (of het bruto binnenlands product/bbp) zijn. Teulings denkt dat dit plafond ook best 80 procent zou kunnen zijn.

Hoge schuld betekent voor Nederland meer 'winst'

De rente die Nederland betaalt op de leningen is heel laag en soms zelfs negatief. De overheid krijgt dan geld toe om geld uit te lenen.

Hoe hoger de schuld, hoe meer 'winst' daarmee gemaakt kan worden, redeneert Teulings. Een hogere staatsschuld, van 80 procent van het bbp, levert de overheid volgens hem ieder jaar zo'n 10 tot 20 miljard euro op.

De rente blijft volgens Teulings voor Nederland voorlopig nog wel laag of negatief. Dat komt doordat de vraag naar beleggingen met een heel laag risico, zoals Nederlands schuldpapier, de komende vijftien jaar hoog zal blijven.

"Pensioenfondsen sparen nu massaal om over twintig jaar de pensioenen van de vergrijzing te kunnen betalen. Een groot deel van dat geld wordt belegd in de risicovrije staatsobligaties", aldus Teulings.

Een van de weinige KLM-vluchten van de afgelopen maanden. Het bedrijf boekte in het eerste half jaar een recordverlies. (Foto: Pro Shots)

'Het wordt survival of the fittest'

De rekening van de coronacrisis kan het kabinet dus blijven betalen. De economische risico's liggen volgens Teulings en Benink bij de bedrijven die waarschijnlijk blijvend of in ieder geval voor een lange tijd worden geraakt door de coronacrisis.

"Sectoren zullen fors krimpen, zoals de horeca", zegt Benink. "Je kunt niet van de overheid verwachten wankelende sectoren te blijven steunen om herstel af te dwingen, terwijl dat herstel er misschien helemaal niet gaat komen. Het wordt survival of the fittest."

“Sectoren zullen fors krimpen.”
Hoogleraar Harald Benink

"Je kunt niet zomaar alle bedrijven met overheidsgeld in de lucht houden", zegt ook Teulings. "Je hebt er niets aan om stewardessen in dienst te houden die geen werk hebben. Mensen moeten zo snel mogelijk een andere baan vinden in plaats van te blijven hangen in zombiebedrijven."

Aan de andere kant zijn er bedrijven die groeien als kool, zoals de (online) supermarkten. Hoe de verandering eruit komt te zien, moet volgens Teulings uiteindelijk de markt bepalen.

"Ik werk op de universiteit. In de toekomst zullen we ongetwijfeld meer online gaan doen. Niet alles, maar wel meer dan voor de coronacrisis. Dat geldt ook voor thuiswerken. De wereld wordt echt anders."

'Veerkracht economie wordt onderschat'

Benink kijkt net als vier maanden geleden met een schuin oog naar Italië. "De hoge schuld van de Italianen is nog steeds een probleem en is alleen houdbaar met een lage rente."

De EU-leiders zijn het intussen eens geworden over een herstelfonds van 750 miljard euro, waarvan 390 miljard euro aan giften om de Europese economie straks weer uit het diepe dal te trekken.

"Een goede impuls", volgens Benink. "Maar de Italianen moeten nog steeds hervormen. Die schuld hangt als een molensteen om hun nek. Dat probleem is er nog steeds. "

“Je kunt niet alle bedrijven met overheidsgeld in de lucht houden.”
Hoogleraar Coen Teulings

De staat van de economie hangt logischerwijs samen met de mate waarin we het virus kunnen controleren, zegt Benink.

"We hebben nu het gevoel van: alles kan weer. Kijk maar naar het stijgende aantal besmettingen. Vooral jongeren houden zich minder aan de coronaregels, terwijl zij met hun flexbanen in de horeca het hardst getroffen worden als het virus weer uitbreekt."

Teulings is voor de toekomst voorzichtig optimistisch. "Een eventuele volgende lockdown zal veel selectiever zijn. We weten nu wat er moet gebeuren. Dat de economie dit jaar krimpt, is geen ontkomen meer aan. Maar ik denk dat de veerkracht van de economie wordt onderschat."