Jan Siebelink mocht zich vijftien jaar geleden plots bestsellerauteur noemen, toen er van zijn boek Knielen op een bed violen, meer dan 600.000 exemplaren werden verkocht. NU.nl blikt samen met de schrijver terug op het verschijnen van de roman: "Ik heb geprobeerd naast mijn schoenen te lopen, maar dat lukte niet."

Jan Siebelink draagt een wit pak. Uit zijn borstzak steekt het topje van een rood pochet. Aan zijn voeten rode Nike's. We zitten in de tuin van zijn huis in Ede.

"Ik heb in het najaar een jonge pruimenboom gekocht. Ik ben 82, maar ik gok dat ik er nog lang van profiteer. Daarnaast staat een perzik. Vroeger stond daar m'n sportautootje, dat kon ik zo naar binnen rijden. Maar dat was zonde van de ruimte."

U heeft ooit het boek À rebours , de 'dandy-bijbel' van de Franse schrijver Joris-Karl Huysmans, vertaald. De hoofdpersoon in uw nieuwe boek Maar waar zijn die duiven dan citeert daaruit, terwijl hij een trio heeft met twee vrouwen.

"Een beetje provoceren, deed Huysmans ook. Natuurlijk ga ik daar te ver, maar ik had er zin in. Die man wordt ouder en angstiger en haalt nog één keer uit met alles wat hij bedenken kan. Ik las in een recensie dat ik niet zulke dingen moet schrijven op mijn leeftijd. Dat vind ik discriminerend. Waarom mag ik dat niet?"

Maar waar zijn die duiven grijpt terug op het verhaal over het godsdienstige leven van uw vader, dat u vaker schreef. Bijvoorbeeld in Knielen op een bed violen. Het is dit jaar vijftien jaar geleden dat dat boek is verschenen. Welke herinneringen heeft u daaraan?

"Het was tijdens de hete zomer van 2004, op de vooravond van mijn 65e verjaardag. Ik had net een historische roman over Margaretha van Parma afgerond en mijn vrouw Gerda en ik vierden dat met een flesje wijn op de bank. 'Wat ga je nu doen?', vroeg ze. Toen het middernacht werd, dacht ik: ik ben nu langer op de wereld dan mijn vader. Hoewel ik zijn leven al meerdere malen had beschreven, wilde ik nog één keer vertellen wie hij was. 'We weten het nu wel', zei Gerda daarop. Ik deed het toch."

Jan Siebelink: "Ik beschouw het als een compliment dat Paul Verhoeven dacht dat mijn boek zich misschien helemaal niet liet verfilmen." (Foto: Chris Helt)

Wat herinnert u zich van het schrijfproces van Knielen op een bed violen?

"Ik schreef in een roes. Gerda vroeg op een gegeven moment: 'Wat zit je toch te hijgen?' Toen ik klaar was, ging ik met het pak papier naar mijn uitgever. Ik liep door het halletje de trap op, maar halverwege moest ik stoppen. Ik had geen adem meer. Mijn vader is aan longkanker overleden en ik was ervan overtuigd dat ik me in zijn ziekte had geschreven. Ik gaf het manuscript: 'Misschien is het wel helemaal niks, dan kom ik het wel weer ophalen.'"

U geloofde niet dat u iets moois in handen had?

"Diep in mij wel. Mijn redactrice hield me enkele uren nadat ik de uitgeverij had verlaten op de hoogte van haar bevindingen: 'Maak je geen zorgen, we gaan dit mooi uitgeven.' Het vertrouwen binnen de uitgeverij groeide met de dag. Er werden weddenschappen afgesloten over het aantal exemplaren dat verkocht zouden gaan worden. Iemand durfde vijftienduizend te gokken. In die tijd waren drieduizend verkochte boeken al bijzonder."

Er zouden uiteindelijk meer dan 600.000 exemplaren verkocht worden.

"Ik was in Alkmaar aan het voorlezen toen de uitgeverij belde en zei dat er meerdere herdrukken tegelijk in de maak waren. Iedereen had het erover. Ook bij de slager en de bakker, dat heb ik zelf gehoord. Ik vraag me weleens af wat er gebeurd zou zijn als het boek een paar jaar later was uitgebracht. Toen het boek verscheen, was de secularisatie in Nederland in volle gang. Intellectuelen als Rudy Kousbroek zeiden op tv dat je iedere kans moest grijpen om het geloof belachelijk te maken. In restaurants werd niet meer gebeden. Er was iets aan het verschuiven en opeens komt dat boek uit."

"Mensen die het geloof en de veiligheid die dat in veel gezinnen met zich meebracht hadden weggedrukt, zagen dat in dat boek opeens helemaal verwoord. Er verschenen daarnaast bladen als Zin. Men zocht duidelijk naar zingeving, maar God of de kerk konden daar niet meer in voorzien. Dat heeft allemaal meegeholpen."

“Ik kreeg een dienstauto met chauffeur van de uitgeverij. Dat was nog nooit vertoond.”

Hoe ging u met het succes om?

"Het geld kwam in één keer binnen, dat was heel veel. Ik kreeg een dienstauto van de uitgeverij met chauffeur om door het land te reizen. Dat was nog nooit vertoond. Terwijl ik in die auto zat, probeerde ik te verwerken wat er allemaal gebeurde. Hoewel ik de indruk had dat men mij het succes gunde, werd ik door een enkeling als Veluwse decadent beschouwd. Ik was een keurige leraar Frans en opeens kon ik een schitterende Maserati kopen. Daar had ik na een paar jaar trouwens genoeg van. Ik heb geprobeerd naast mijn schoenen te lopen, maar dat lukte niet."

Paul Verhoeven wilde het boek al vrij snel verfilmen.

"Ik kwam hem tegen tijdens een evenement in Den Haag. We konden het direct goed met elkaar vinden. We praten allebei snel, vlug en veel. Hij zei dat hij het boek alleen kon verfilmen als hij een goed scenario van zijn vaste scenarist Gerard Soeteman zou krijgen. De jaren sleepten zich voort en ze konden het maar niet eens worden. Paul heeft denk ik wel acht jaar lang de filmrechten in zijn bezit gehad. Het is uiteindelijk niet doorgegaan. In een biografie heeft hij gezegd hoe jammer hij dat vond. Hij dacht dat het boek zich misschien helemaal niet liet verfilmen, omdat de hellegang die de vader doormaakt zich bijna volledig in zijn hoofd afspeelt."

Bent u het daarmee eens?

"Ik beschouw het als een compliment. Paul wilde de film beginnen met de masturbatiescène van die kweker. Ik schrok daar wel even van, maar was direct nieuwsgierig. Nog steeds trouwens."

Waarom hielp u niet met het scenario?

"Toen het boek uitkwam, had ik een radio-interview. Soeteman is er ook. Hij is de hoofdgast en vertelt hoe hij als scenarist te werk gaat. Best interessant. Dan ben ik aan de beurt. Ik word ondervraagd door Clairy Polak. Het is de eerste keer dat ik over Knielen op een bed violen ga praten. Na de uitzending zal er een groot feest bij de uitgeverij plaatsvinden. Ik geef antwoord op de vragen, maar het gaat moeizaam. Wat wil ik over het boek vertellen, vraag ik mezelf af. Ik aarzel enigszins en Soeteman grijpt direct in. Hij begint over het geloof en hoe overbodig hij dat vindt."

"Ik laat hem gaan, maar het gebeurt daarna nog een paar keer. Omdat ik vind dat er niet goed wordt ingegrepen, sta ik op en ren naar buiten. Op weg naar de uitgang krijg ik een fles wijn in mijn handen gedrukt. Die zet ik vervolgens buiten iets te hard tegen de muur en gaat kapot. Ik stap in de tram en denk: alles is voorbij. Dit boek is waardeloos. Schoorvoetend betreed ik de uitgeverij, maar ik word direct aangeklampt: 'Wat een mooie uitzending! Je hebt het hartstikke goed gedaan.' Er volgen mooie toespraken en het wordt een prachtige avond. Soeteman heb ik nooit meer gesproken."

“In een flits overwoog ik alle verstand achterwege te laten en te denken dat God mij opvangt als ik sterf.”

Er wordt beweerd dat Verhoeven van het boek is geschrokken.

"Hij vertelde dat hij ooit een bekeerde jongen bij de Pinkstergemeente was: 'Als ik zong, brandde mijn hart.' Hij was open voor de Heer. Dat heeft hij weliswaar afgezworen, maar toen hij dit boek las, kwam het weer heel dichtbij. Hij weet wat het is om aan God gewijd te zijn. Hij heeft een boek geschreven over zijn liefde voor Christus. Ik vind het jammer dat hij mijn boek niet heeft verfilmd. Hij had het gekund. Maar ik ben dankbaar dat Ben Sombogaart het uiteindelijk gedaan heeft."

Gelooft u eigenlijk zelf nog?

"Ik weet het niet. Op televisie zag ik hoe iemand bij de verse graven stond van zes leden van een christelijk mannenkoor, die waren overleden aan de gevolgen van corona. Hij zei: 'Deze mensen maken nu iets geweldigs mee. Die zijn op een plaats waar het ongelofelijk mooi is.' Ik zag die man praten en geloofde hem. In een flits overwoog ik alle verstand achterwege te laten en te denken dat God mij opvangt als ik sterf."

Maar waar zijn die duiven dan is verschenen bij uitgeverij De Bezige Bij.