Het is 25 jaar geleden dat Ronald Gipharts moeder Wijnie Jabaaij overleed. Daarom schreef hij Wie waarlijk leeft; een eerbetoon aan een feministe, aan het eerste Kamerlid dat tijdens een vergadering 'kut' zei en aan een toegewijde moeder van twee kinderen. "Op haar sterfbed vroeg ze: 'Beloof je dat je niet zult trouwen?'"

"Een uiting van zoontrots", zo vat Giphart het boek over zijn moeder samen. "Het geeft me voldoening mensen nog een keer aan haar te herinneren. Ze voerde een leven lang strijd voor zaken als vrouwenrechten, het milieu en mensen die uitgezet dreigden te worden."

Je moeder streed niet alleen in de Tweede Kamer voor gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Toen je ouders na zeventien jaar gingen scheiden, kozen ze voor co-ouderschap.

"Dat had mijn vader bedacht. Hij zei tegen mijn moeder: 'Als jij echt feminist bent en je wil dat vrouwen en mannen gelijk zijn, dan moet je accepteren dat ik een van de kinderen opvoed.' Co-ouderschap bestond toen nog niet. Ze lieten ons kiezen. Ik wilde bij m'n vader blijven, want mijn moeder was redelijk streng. 20.00 uur naar bed was 20.00 uur naar bed, met schone kleren de deur uit en als ik verschillende sokken aan had, moest ik terug naar huis. Mijn vader was rustiger en maakte me 's nachts wakker om bokswedstrijden te kijken. Mijn zus Karin wilde liever bij mijn moeder blijven."

Het leven van Wijnie Jabaaij (1939 - 1995)

  • Tussen 1977 en 1989 in Tweede Kamer voor PvdA
  • Uit protest tegen kabinet-Lubbers verscheen ze in rouwkleren in de Tweede Kamer
  • Zette zich actief in voor vrouwenemancipatie
  • Kreeg in 1989 diagnose multiple sclerose, enige tijd later belandde ze in een rolstoel

Je moeder verguisde emotionele afhankelijkheid en vond dat het huwelijk moest worden afgeschaft. Welke invloed had dat op jou?

"Mijn moeder geloofde niet in monogamie en vond dat je verliefdheden en passies moest najagen. Op haar sterfbed vroeg ze: 'Beloof je dat je niet zult trouwen? 'Tuurlijk', zei ik. Ik heb een sterfbedbelofte gebroken, dat vinden mensen verschrikkelijk. Maar welke moeder denkt vanaf haar sterfbed nog te kunnen regeren over het leven van haar zoon? De tragiek van een moeder is dat haar kinderen voor haar het allerbelangrijkste zijn, terwijl zij dat voor hen slechts tot een bepaalde leeftijd is."

"Daarbij ben ik al 25 jaar met dezelfde vrouw. Haar voorspelling dat het huwelijk niet blijvend kan zijn is niet uitgekomen. Ze probeerde ons denk ik te behoeden voor fouten die zij had gemaakt. Het huwelijk van mijn ouders eindigde vrij liefdeloos. Als ik bij vriendjes was en de vader bij thuiskomst de moeder kuste, dacht ik: wat een aanstellerij. Nu weet ik dat kinderen moeten zien dat ouders elkaar kussen en omhelzen. Dan weten ze dat dat de standaard is."

“Tussen mijn 27e en 29e heb ik niet één weekend met vrienden kunnen stappen. Mijn potentieel wildste jaren ben ik kwijtgeraakt.”

Je schrijft in het boek dat je nooit een oedipuscomplex hebt gehad. Is dat waar?

"Dat ik nooit met mijn moeder naar bed heb gewild?"

Sommige mannen voelen zich aangetrokken tot vrouwen die op hun moeder lijken.

"Ik niet. En ik heb ook nooit mijn vader willen vermoorden. Soms attendeert mijn vrouw me op iemand als we op straat lopen. 'Dat is een knappe vrouw.' Maar als die vrouw op een of andere manier op mijn moeder lijkt, haak ik af."

Wijnie Jabaaij, Joop den Uijl en van David van Ooijen in de Tweede Kamer in 1981 (foto: BrunoPress)

Je moeder liet jullie vrij om zelf fouten te maken, tegelijkertijd was ze ook heel beschermend.

"Mijn moeder had vrienden wier kinderen aan drugs onderdoor gegaan zijn. Ze wilde dan ook absoluut niet dat wij drugs gebruikten. 'En als je het ooit doet, dan vertrek ik uit de Tweede Kamer. Ik sluit me op met je en we blijven net zo lang zitten tot je bent afgekickt.'"

"Dat schrikbeeld heeft voor mij en mijn zus gewerkt. Ik was bijna veertig toen ik voor het eerst drugs gebruikte. Na de première van Phileine zegt sorry bood iemand een lijntje cocaïne aan. Er was een vriend bij die arts was, dus ik durfde het wel aan. Ik ben niet verslavingsgevoelig en wilde als schrijver gewoon een keer dat gevoel hebben meegemaakt."

Toen je moeder ziek werd, wilde ze per se thuis blijven wonen. Jij en je zus moesten haar verzorgen. Dat vormde een behoorlijk beslag op jullie leven.

"Tussen mijn 27e en 29e heb ik niet één weekend met vrienden kunnen stappen. Mijn potentieel wildste jaren ben ik kwijtgeraakt. Ik was net doorgebroken als schrijver en ik was aan het voorlezen door het hele land. Ik had een vrij uitgebreide vriendenkring, waarin veel werd gefeest. Ik heb daar veel van moeten missen, omdat ik bij mijn moeder was. Maar toch beschouw ik dat niet als verloren jaren. Ik was ontdaan door de ziekte die ze had en had bewondering voor hoe ze strijdbaar bleef. Ik vond het een gebaar van liefde om haar daarin bij te staan."

“In aanloop naar haar euthanasie zei ze vaak: 'Mijn lichaam voert nu strijd, maar ik blijf de baas.'”

Was je een andere schrijver als je moeder niet ziek was geworden?

"Ik denk dat mijn thematiek anders geweest zou zijn. Ik werd redelijk vroeg in mijn leven geconfronteerd met de dood van mijn moeder. Een hele mooie dood. Dat was het echt. Ze werd tijdens haar laatste dagen omgeven door de mensen die ze liefhad. Ik herinner me een warme en grappige atmosfeer waarin liedjes werden gezongen en gedichten voorgedragen."

"Haar sterven zelf vormt een hoogtepunt in mijn leven. Maar als ik tegen mensen zeg dat ik zulke goede herinneringen aan het sterven van mijn moeder bewaar, dan wordt daar met ongeloof of meewarigheid op gereageerd. Ik voelde dat daar een thema in zat en heb dat gebruikt in Ik omhels je met duizend armen. Ik wilde laten zien dat een zachte dood ook een goede dood kan zijn."

Was het afscheid zo mooi omdat ze het kon regisseren en daarmee de dood een stapje voor bleef?

"Precies dat. In aanloop naar haar euthanasie zei ze vaak: 'Mijn lichaam voert nu strijd, maar ik blijf de baas.' Het was een afscheid dat ik later ook zou willen, al overlijd ik liever in mijn slaap. Natuurlijk was het sterven en de opmaat daarnaartoe ook ontzettend zwaar. Aan het einde had ze alleen haar mond nog, daarmee moest ze alles regelen. En ze wilde krachtig en dapper blijven."

"Maar het was een gekneusde dapperheid. Haar fierheid werd steeds meer gefnuikt door de omstandigheden. Toen ze eenmaal overleden was, ontstond er een soort opluchting. De strijd die ze had moeten voeren en de aftakeling waaronder ze leed kwamen tot een einde. Dat ik mijn weekenden weer terug had voelde zo maf."

Verwacht je van jouw kinderen dat ze later ook voor jou zullen zorgen?

"Ik ga dat niet van mijn kinderen vragen. Het beroep dat mijn moeder op Karin en mij gedaan heeft was erg ingrijpend. Ik zou het niet leuk vinden als mijn kinderen een groot deel van hun leven zouden moeten missen om mij te verzorgen. Het grote verschil is ook dat ik een vrouw heb. Wij kunnen elkaar helpen. En ik hang niet extreem aan het leven. Ik hoef niet vreselijk oud te worden, maar vooral een goede kwaliteit van leven behouden."

(Na een korte stilte) "Je moet even tussen die twee lampen doorkijken. In de verte zit daar een vrouw, naast die groene muur. Die lijkt echt op mijn moeder."

Wie waarlijk leeft is verschenen bij uitgeverij De Bezige Bij.