Net zoals honderdduizenden andere zeelieden, zitten de Nederlanders Ruiz en Daniël van Kaam al maandenlang vast op zee. Landen weren hen nog altijd uit angst voor het coronavirus. Een noodkreet vanaf het water: "Mijn zoons raken soms van slag als we facetimen, omdat ze dan weer beseffen dat papa nog niet thuiskomt."

Het voornaamste obstakel voor de twee Nederlandse zeemannen en hun collega's, is het feit dat zeelui internationaal niet zijn aangemerkt als cruciale beroepsgroep, waardoor het rederijen de grootste moeite kost om nieuwe bemanningsleden in te vliegen, die hun collega's aan boord kunnen vervangen. Veel landen zitten immers potdicht en er gelden strenge reisrestricties.

De uitzichtloosheid van de situatie drijft hen soms tot wanhoop. Dit zijn hun verhalen.

'Geen vooruitzicht en niemand die naar je omkijkt'

Ruiz (29) uit Hoofddorp is stuurman op een sleepboot en zit al sinds januari onafgebroken op zee. Zijn schip voer eerst maandenlang in Caribisch gebied en stak daarna de Atlantische Oceaan over richting Europa. Momenteel bevindt hij zich op de Middellandse Zee en hoopt hij binnenkort naar huis te kunnen.

"Normaal zit ik ongeveer acht weken aan boord. In maart zou ik naar huis gaan, maar drie dagen voor aankomst ging het gehele Caribische gebied in lockdown. Daarna hebben we twee maanden in de Cariben gelegen zonder aan wal te mogen. Eind mei zijn we richting Europa vertrokken."

"We zijn wel gewend om langer van huis te blijven, maar dan weet je wanneer je weer naar huis mag. Nu zit je vast aan boord zonder enig vooruitzicht en is er niemand die naar je omkijkt. Je weet niet of je de verjaardag of geboorte van je kind kan meemaken of afscheid kan nemen van een overleden naaste. Dit is wat de sterkste zeeman breekt."

"Naar omstandigheden gaat het nu goed. De sfeer aan boord is over het algemeen best gezellig. We zijn een hecht team geworden en proberen elkaar te ondersteunen. Dat wil echter niet zeggen dat we het niet moeilijk hebben. We zijn uitgeput en willen naar huis."

"Met grapjes probeer ik mezelf positief te houden. Het nieuws van thuis lezen, podcasts luisteren en de restricties van verschillende landen volgen, is onderdeel geworden van mijn vaste routine."

Ruiz kijkt uit over de Middellandse Zee in de buurt van het Italiaanse eiland Sicilië. (Foto: Eigen beeld)

"Schepen moeten wegens de veiligheid altijd een minimaal aantal bemanningsleden aan boord hebben. Aangezien ik een van die minimale bemanningsleden ben, kan ik niet naar huis zonder afgelost te zijn. Anders voldoet het schip niet aan de wet en mag het niet varen. Mijn aflossing komt uit de Filipijnen en dat is nou net een van de landen waar de regering zo moeilijk doet."

"Mijn rederij doet zijn best om de aflossing te regelen en ik hoop nu over twee weken van boord te kunnen in Turkije en naar huis te gaan. Maar 100 procent zeker is het nog niet, want er zijn veel schepen die afgelost moeten worden en nog maar weinig vluchten."

"In de scheepvaartsector gaat de grap rond dat zeevarenden zich moeten verkleden als toeristen, dan weet je zeker dat je naar huis mag."

'Iedereen is vermoeid, terwijl je voor dit werk juist scherp moet zijn'

Daniël van Kaam (34) uit Bussum is eerste stuurman op een baggerschip en al negentien weken op zee, dertien weken meer dan normaal. Zijn schip vaart in Zuidoost-Azië en normaal vliegt hij om de zes weken naar een land in die regio waar hij aan boord gaat en bemanningslieden elkaar aflossen. Op moment van spreken, ligt Van Kaams schip in een haven in Taiwan (waar hij niet de wal op mag).

"Het is waardeloos. Normaal is het zes weken op, zes weken af. Rond eind februari ging ik aan boord in Hongkong. Dat ging nog soepel. Daarna brak wereldwijd de pleuris uit en sloten landen hun grenzen. Singapore, Indonesië, Taiwan, alles ging dicht."

"Net als nu liggen we vaak in een haven, waardoor ik internet heb en kan facetimen met mijn vrouw en twee zoons van vijf en drie jaar. Dat maakt de situatie iets makkelijker, maar niet altijd. Mijn zoons raken soms juist van slag als ze me zien, omdat ze dan weer beseffen dat papa nog niet thuiskomt. Ook voor het thuisfront is het dus heel heftig."

"Aan boord is iedereen vermoeid, terwijl je voor dit werk juist scherp moet zijn. Verder heeft iedereen zijn slechte momenten. Ik ook. Er zijn dagen dat het echt niet lukt. Vooral de onzekerheid over wanneer je weer naar huis kunt, maakt het heel erg pittig."

Van Kaam vanaf zijn plek op de brug. (Foto: Eigen beeld)

"We zitten nu al weken met dezelfde groep, er komt geen vers bloed. Soms ontstaan er daardoor onzinnige meningsverschillen, maar we slaan elkaar niet de hersens in. We zullen het toch samen moeten doen, want het werk gaat gewoon door en het schip moet blijven varen. We zijn geen types om te gaan staken. Dat hoort niet bij de zeemansmentaliteit."

"Het grootste probleem is de aflossing. Mensen van boord krijgen lukt vaak nog wel, maar nieuwe bemanning erop krijgen, is moeilijk. Mijn werkgever doet keihard zijn best om ons naar huis te krijgen, maar ze lopen constant tegen muren op."

"Als het goed is, kunnen we op 17 juli onder strenge voorwaarden in Singapore de aflossing doen. Eind juli zou ik dan thuis kunnen zijn. Dat weten komt de sfeer ten goede. Maar als ook dit plan niet doorgaat, weten we het echt niet meer."