Omstreden historische figuren uit het koloniale verleden als Jan Pieterszoon Coen, Peter Stuyvesant en Jo van Heutsz zijn in Nederland niet alleen in standbeelden vereeuwigd. Ook straten en locaties zijn naar hen vernoemd. In het kader van de Black Lives Matter-protesten is de discussie over hoe we met dit cultureel erfgoed moeten omgaan weer opgelaaid. "Context geven over de keerzijde van hun roem is nu niet meer voldoende."

Allereerst moeten we beseffen waarom deze standbeelden hier zijn neergezet en wat ze ons vertellen, legt Karwan Fatah-Black uit. Hij is historicus en verbonden aan de Universiteit Leiden. "Veel standbeelden, zoals die van Jan Pieterszoon Coen zijn geplaatst in de negentiende eeuw met als doel om deze 'helden' te eren. Het moest mensen trots maken op het kolonialisme."

Coen, in 1587 geboren en getogen in Hoorn, was gouverneur-generaal van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Hij stichtte onder meer Batavia, de huidige Indonesische hoofdstad Jakarta. In 1621 kwamen tijdens een strafexpeditie onder zijn leiding 14.000 inwoners van de Banda-eilanden om het leven.

Vrijdagavond vond een protest plaats in de Noord-Hollandse stad. De betogers willen dat het standbeeld van Coen verwijderd wordt en dat er een eind komt aan de verheerlijking van het koloniale verleden. Er was ook een tegendemonstratie met de naam Coen is OK!. Die betoging was volgens de organisatie bedoeld om op te komen voor "onze cultuur, tradities en ons erfgoed".

Volgens Gert Oostindie, hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis aan de Universiteit Leiden, kan dit geen discussiepunt zijn. "Coen was gewoon een schurk. Hij is verantwoordelijk geweest voor een kleine genocide in Indonesië en was grondlegger van het koloniale regime. In deze tijd zo'n beeld optrekken? Nee. En dit zomaar laten staan? Ook nee."

Limon: 'Het beeld blijft altijd het centrum van de aandacht'

Maar wat moet je dan doen? De gemeente Hoorn plaatste in 2012 een plaquette - waar Oostindie aan heeft meegewerkt - op de sokkel van het beeld. Daarop staan onder andere zijn wandaden vermeld. Ook deze kant van de geschiedenis wordt dus verteld, maar de demonstranten vinden dit niet meer voldoende.

"Context bieden is het minste dat je kan doen", aldus Oostindie, die laat weten dat zijn visie hierop ook is veranderd in de loop der jaren. "Ik ben er nog weleens langsgelopen. Het is een enorm monument met een hele kleine plaquette. Daarvan denk ik nu: dat was toen een stap in de goede richting en nu moet je verdergaan. Zet er bijvoorbeeld een antikoloniaal tegenbeeld tegenover!"

Imara Limon, conservator bij het Amsterdam Museum, vindt ook dat tekstbordjes bij beelden niet voldoende ruimte bieden aan andere perspectieven op de geschiedenis. "We moeten geen marginale kanttekening of side note plaatsen. Het beeld blijft altijd het centrum van de aandacht."

Oostindie: 'Als je hieraan begint, hou je weinig meer over'

"Coen is een overduidelijk voorbeeld van een figuur die duidelijk wandaden heeft begaan die we niet kunnen vergoelijken", aldus Oostindie. De hoogleraar maakt daarentegen wel onderscheid tussen beelden. "Het weghalen van beelden, waar trek je de grens? Het is niet zo dat Nederland bezaaid is met standbeelden zoals die van Coen."

“Het gaat er niet zozeer om wat deze figuren hebben gedaan, maar je moet je afvragen waarom deze beelden er staan.”
Karwan Fatah-Black, historicus

De historicus legt uit dat er wel veel andere beelden staan, zoals van de Oranje Nassaus en zeehelden, zoals Michiel de Ruyter. "Geëerd als grondlegger van de natie waren zij op een of andere manier ook betrokken bij de koloniale geschiedenis. De Ruyter veroverde bijvoorbeeld West-Afrikaanse forten op de Portugezen, wat als een begin kan worden gezien van de rol van Nederland in de slavenhandel." Evengoed waren de stadhouders van Oranje-Nassau, net als de koningen en koninginnen na hen, medeverantwoordelijk voor het kolonialisme. "Als je ook deze beelden gaat weghalen", zegt Oostindie, "hou je weinig meer over."

Fatah-Black is van mening dat je ook deze beelden ter discussie kunt stellen. "Het gaat er niet zozeer om wat deze figuren hebben gedaan, maar je moet je afvragen waarom deze beelden er staan. Ze zijn geplaatst vanuit de trots op het koloniale verleden."

Een standbeeld van Michiel de Ruyter op de boulevard in Vlissingen. (Foto: Google Maps)

Fatah-Black: 'Een beeld laat een eenzijdig beeld van de geschiedenis zien'

Naast beelden zijn er ook veel straatnamen en locaties in de negentiende eeuw vernoemd naar historische figuren. "Straatnamen zijn in tegenstelling tot beelden onhandig om te veranderen. Er zijn veel praktische bezwaren te noemen", zegt Fatah-Black.

Bovendien vergeten we volgens Oostindie vaak ook wat al wel bereikt is. "Er worden nu straatnamen vernoemd naar Indonesische, Surinaamse en Antilliaanse vrijheidsstrijders, er zijn monumenten opgericht ter herinnering aan de slavernij en de strijd tegen kolonialisme en racisme."

Limon denkt ook dat meerdere perspectieven moeten worden getoond. "Dit gesprek moet worden gevoerd met mensen zelf, zodat de invulling hiervan niet alleen ligt bij instituties. Daarnaast moeten we creatief omgaan met de huidige beelden, maar niet te voorzichtig zijn." Ook Fatah-Black denkt dat er ruimte is voor een andere invulling: "Je kunt ook de beelden weghalen en er iets nieuws voor in de plaats zetten. Daarmee kun je uitleggen wat vroeger op die plek stond."

“Beelden geven aanleiding tot discussie.”
Gert Oostindie, hoogleraar

Oostindie ziet, net als veel andere historici, de meest omstreden beelden zoals die van Coen dan graag terug in een museum. "Ze geven aanleiding tot discussie. Bovendien leren de mensen hierdoor over de geschiedenis." Limon, die zelf in een museum werkt, denkt niet dat dit de oplossing is. "Het museum is ook een publieke instelling en wordt gezien als autoriteit, waarom zou alleen context bieden daar wel voldoende zijn?"

Bovendien laat een beeld volgens Fatah-Black, ook met context, altijd een eenzijdig beeld van de geschiedenis zien. "Als je iets wil leren over deze geschiedenis, lees dan een boek."